Het grote avontuur van twee kleine sloddervissen

Harwoods Hole

Harwoods Hole. De geschifte, 200m diepe sinkhole in Takaka Hill. De diepste ter wereld (buiten Europa). De natte droom van elke dappere caver. Of elke waaghals op zoek naar een kick. Of de ideale boost voor de pikeypisces na 5 maanden hun kloten af te draaien…

Harwoods Hole Starlight Cave 013

We hadden er al van gehoord en zotte prentjes van gezien, maar hoogtevrees zorgde meteen voor een njet van mijn kant (200m abseilen? Zijt ge zot?!!!). Kjel zag het uiteraard volledig zitten, dus we probeerden heel hard om deel te nemen aan cursussen en trips met de caving club. Want caven op zich vond ik ook wel de max. Maar behalve eentje werden ze elke keer geannuleerd. Na een tijdje vervaagde het idee van Harwoods Hole. Zelfs voor Kjel. Maar na een dikke 4 maanden koffies serveren had ik echt een boost nodig om van mijn bore-out te genezen. Op een after-work-avond vraag ik aan Kjel of hij Harwoods Hole nog steeds ziet zitten… Toch fijn dat sommige antwoorden zo simpel kunnen zijn…

Als je Harwoods Hole googlet vind je interessante krantenartikels over klimmers die zich wagen aan de onderneming en in de shit belanden omdat ze niet het juiste materiaal of de juiste technieken hebben om af te dalen of weer naar boven te klimmen. De grootste fout is wanneer ze drie klimtouwen van 70m aan elkaar vastknopen en dan met hun klimmateriaal naar beneden rappellen zodat het touw naar de zak is en ze aan enkele losse flarden in de lucht hangen te bengelen. Uren later worden ze dan gered door rescue teams die daar ondertussen in gespecialiseerd zijn. Echt motiverend en geruststellend. Ideaal voor het zelfvertrouwen… Maar wij willen niet op de foto in de krant en beginnen op eigen houtje abseil-technieken te oefenen in bomen. Als arborist-in-wording weet Kjel als geen ander om mij alle knepen van het vak te tonen. Voor hem is dit a piece of cake. Voor mij eerder hetzelfde met een k en zonder –e. Tot 5m hoogte heb ik het gevoel dat ik het helemaal onder de knie heb. Hoger “hoeft nog niet”. Dat komt wel als ik al in Harwoods Hole hang. Van 200m hoogte naar beneden kijken lijkt minder erg in mijn hoofd dan van 10m. Extremen en shocks werken altijd beter dan “de zachten aanpak”. Dat weet ik ondertussen uit ervaring. Hopelijk werkt het deze keer ook op die manier. Alle SRT (Single Rope Technieken) -maneuvers lukken perfect en ik heb inzicht in problem solving. Op 200m hoogte zal het wellicht wel anders aanvoelen. Maar dat zijn zorgen voor later…

boomklimmen

Geen enkele onervaren prutser gaat zomaar 200m abseilen in een donker hol waarvan je de bodem niet eens kan zien. Maar gelukkig hadden we dus al een trip achter de rug met de caving club en wat abseiling van 5m hoogte aan een boom. Wat een geruststelling!

Uiteindelijk vinden we via facebook een ervaren caver (Oli) die ons wil meenemen. Hij heeft een touw van 200m lang en is al een stuk of 10 keer in het gat geweest. Helemaal extatisch ontmoeten we hem op een terrasje. Blijkt dat hij de dag voordien zijn rug heeft verkakt toen hij de haag aan het scheren was en zich terugtrekt uit de trip. Noooooo!!! De moed zakt in onze schoenen… Maar we mogen wel zijn touw lenen. Dat moet hij maar een keer zeggen. Met het touw vanachter in de auto verlaten we Nelson (eindelijk) en rijden het avontuur tegemoet…

Ergens in Takaka, het hippiedorpje in Golden Bay, ligt Hangdog, een camping voor klimmers. Troy, de manager, daalde vorig jaar naar beneden met Oli, dus wij hopen hem opnieuw te kunnen overtuigen en nog een vierde freak te vinden. Het enige probleem: winter, laag seizoen en nagenoeg geen kat te bespeuren. Als Troy niet mee wil, is onze kans nihil op het vinden van enthousiastelingen. We slapen naast de brug onder de sterrenhemel en dromen van Harwoods Hole. De volgende morgen wagen we onze kans maar Troy weigert onmiddellijk: 1 keer was genoeg mannen, veel te fucking koud!!! Ik kwam buiten met hypothermia (onderkoeling) en was drie dagen ziek. No way! Maar naast hem staat Steve, een hyperactieve rasta die onmiddellijk met zijn volle graatmagere gewicht op de uitnodiging springt: Jullie hebben het touw? Jullie weten waar het is? Let’s go! Where is your car?! We moeten hem wat intomen maar hij ziet het volledig zitten. We vinden een vierde zot die mee wil: Greg, een chille kiwi met geringe klim- en geen cave-ervaring. Maar een team van vier is perfect. We zoeken allemaal isothermische duikpakken, essentieel voor Harwoods Hole, verzekerde Troy ons. Check. We hebben alle gear, instructies en voorbereidingen voor de trip. Enkel de uitvoering nog…

DSC05262

De volgende ochtend staan we op om 6u. Het is nog donker. Na drie maanden mentale voorbereiding heb ik alle emoties verwerkt en afgeblokt, maar de jongens hebben een woelige en korte nacht achter de rug. Tegen 9u30 zijn we aan het gat. Steve en Kjel beginnen onmiddellijk aan de rigging. Als een topteam combineren ze hun expertise en kennis, checken elkaars methodes en maken maar liefst 6 ankerpunten voor de opperste veiligheid. Kjel klimt eerst bovenop een megaboulder die daar al miljoenen jaren ligt en met geen aardbeving naar beneden zou komen (en waar iedere deftige lokale caver zijn back-up maakt). Daar maakt hij de eerste twee zekerpunten. Dan dalen ze 15m af aan een boom tot aan het anker. Het hoofdkoord van 200m lang hangt vast aan zes musketons die het gewicht verdelen over 3 leeflijnen en 3 zekerpunten. Het geheel is gebackupt aan de twee extra haken boven op de boulder. Langs links is alles nog eens gezekerd aan de boom. Ze doen alles volgens het boekje en overstijgen de voorschriften zelfs. Zowel Oli als Troy zeiden dat ze zich comfortabel voelden aan slechts twee haken. Wij hangen aan zes. Nice. Ondertussen zit ik veilig boven te mediteren en weet dat het goed is. Ik kan niks zien (te duizelingwekkend steil naar beneden) maar de manier waarop de mannen te werk gingen staat mij wel aan en ik moet zeggen dat ik een extreem kritische ingesteldheid heb. Het enige lichtjes verontrustende is de “zoef zoef zoef BAAAAM” wanneer ze het 200m lange touw naar beneden werpen. Moet je dat niet voorzichtig laten zakken? Maar het past alleszins bij Steve’s stijl.

 DSC05272

DSC05271

Steve gaat als eerste naar beneden. Kjel begeleidt hem en de mannen communiceren met fluitsignalen. Het duurt niet lang voor hij beneden is ofwel leek het gewoon zo. 200m is een lange weg om te abseilen. Greg gaat als tweede. Het duurt wat langer en ik hoor Kjel advies, bevestiging en geruststellende woorden meegeven. Niet veel later klinkt het dubbele signaal vanuit de diepte. Greg staat levend en wel weer op de grond. Aangezien onze twee vrienden geen caving materiaal hadden moesten ze onze racks lenen. Kjel hijst die nu naar boven. De volle 200m. Als hij het touw terug naar beneden laat vallen hoor ik opnieuw “zoef zoef zoef” maar geen BAM. Het touw heeft zichzelf in een knoop gedraaid. Het slingert zo’n 30m boven de grond. De twee groundies roepen dat Kjel het touw opnieuw moet ophijsen. De tweede poging eindigt met hetzelfde probleem. Chance dat hij zoveel gewerkt heeft de laatste maanden en massa’s spierballen heeft. Maar het is toch verdomd lastig. Hij staat daar al drie uur op dat richeltje te balanceren, iedereen te helpen en dan nog het touw van zeker 13kg drie keer naar boven te sleuren. Hij komt mij halen. Het is alsof ik een examen moet gaan afleggen. Ik abseil langs de boom naar beneden. Al goed. Maar nu begint het pas. Samen halen we de knoop eruit. Dit gebeurt tegen mijn mentale voorbereiding in dus ik voel een vage angst opkomen. Maar ik weet dat ik het toch ga doen. Ondertussen staan we wel al twee uur achter op schema…

Kjel twijfelt of we ons moeten terug trekken en de twee mannen moeten laten gaan. No fucking way. We zijn nu al zover. Het lukt uiteindelijk om het touw helemaal tot beneden te krijgen. Nu is het mijn beurt. Van hieruit kan ik mooi zien hoe diep het gat is. Om panic attacks te voorkomen bekijk ik het vanuit mijn ooghoek. Fuck. Het lijkt alsof ik naar de binnenkant van een reuzengrote dikke darm kijk. De buis kronkelt met bobbels en bochten naar de diepte. Zo diep dat ik de bodem niet eens kan zien. Zoiets heb ik nog nooit van mijn leven gezien. Ik bevestig mijn rack aan het touw en voel dat het stevig zit. Ik concentreer me op mijn gear en probeer niet naar beneden te kijken. Daar gaan we. Ik laat me langs de rotswand naar beneden zakken. 30m lager passeer ik de twee haken waar Kjel straks een rebelay zal maken. Mocht er iets misgaan in de grot, dan kunnen we allemaal veilig en wel (of iets van dien aard) terug naar boven klimmen op het touw. We kijken daar niet naar uit, maar zijn er wel mentaal, fysiek en technisch op voorbereid. Daarna komt de vrije val. Geen muur meer om mijn voeten tegen te zetten of om mij naar beneden te laten glijden. 50 meter lager voel ik mij in een vacuüm. Het lijkt alsof ik super traag vooruit ga, maar mijn rack begint warm te worden door de wrijving. Maar ik heb het volste vertrouwen in de situatie en begin nieuwsgierig rond te kijken. Fuck! Zo diep! Zo breed! Het gat is 40m diameter! En onwaarschijnlijk diep! Met planten en mossen en inhammen in de wanden. Maar vooral die diepe vergeetput onder mij blijft fascinerend. Hoe komt het toch dat ik hoogtevrees heb op een ladder van 5m en hier totaal geen moeite mee heb? Is het de mentale voorbereiding of het spectaculaire fenomeen dat een euforisch gevoel teweegbrengt en de angst overwint?

Hier ben ik:

DSC05319

60m boven de grond passeer ik een uitsteeksel in de rotswand. Geen idee hoe dat ooit gevormd werd, maar ik weet nu dat ik er bijna ben. Ik verwachtte dat de twee gasten mij beneden zouden opwachten, maar ze zitten hoog en droog verscholen in de reusachtige kathedraal waarin ik naar beneden zak. Bang voor rotsblokken die naar beneden vallen. Dat gebeurt duidelijk regelmatig, want de hele bodem van de grot die ik nu langzaam benader, is een grote glijbaan van rotsblokken. Kleine en grote. Zo ver naar boven en naar beneden als je maar kunt kijken. Ik ben niet eens zo blij of opgelucht dat ik de vaste grond bereik, want het was een fantastische afdaling, maar ik ben toch dankbaar dat die vrije val van 200m hoogte mij bespaard is gebleven. Bon. Ik ruik de weed van de twee gasten en zie rookwolken rond hun hoofd opstijgen. De twee uur die ze hebben moeten wachten bleek te lang en de verveling te groot.

DSC05284

Soit. Ik heb het overleefd dankzij mijn eigen kunnen. Op hun redding had ik blijkbaar niet moeten rekenen. Het enige wat me nu nog bezig houdt is Kjel. Die moet ook veilig en wel naast mij staan. Dan pas ben ik gelukkig. Ik had ervoor getekend om hem niet naar beneden te zien smashen en hoop dat er met die wens rekening gehouden wordt. Maar zijn lot is in zijn eigen handen dus ik bid voor hem dat hij rustig blijft, zich goed concentreert en geen fouten maakt…

DSC05368

(foto van de volgende dag wanneer de jongens het touw gaan ophalen)

DSC05353

Ik beveilig hem en trek het touw rond een boulder en verschans mijzelf achter een andere boulder om een eventuele paniekreactie op te vangen (als hij het touw zou loslaten of te snel zou gaan). Dan moet ik aan het touw trekken en hem afremmen. Aangezien het touw zo massa’s lang is zie ik niet meteen hoe dat in de realiteit mogelijk is maar ik weet dat anderen het doen dus probeer ik zo goed als ik kan… Het duurt lang omdat hij de rebelay nog moet maken en dan de 200m moet zakken, maar het is fenomenaal om hem plots als een mini-ventje 60m hoog in het gat te zien verschijnen. Langzaam maar zeker zakt hij naar beneden tot ook hij op vaste grond staat. YES!!! We survived it!!!

We ontdekken de memorial voor Peter Lambert, de eerste caver die in Harwoods Hole afdaalde en de enige die er het leven liet. De elektrische winch die hem naar beneden liet zakken veroorzaakte steenval en een van de rotsblokken kwam op zijn helm terecht. Hij overleefde het niet. Zijn helm ligt nog steeds op de bodem van de sinkhole met een sober aandenken errond. We staan er op te kijken en zijn content dat dit tragische einde ons gespaard gebleven is…

DSC05339

Het is 14u en we staan zeker 3u achter op schema. We beslissen om er vollen bak in te vliegen. We stuiven de grot naar beneden tot we bij de eerste waterpoeltjes staan. Het water is zo kristalhelder dat ik me soms afvraag of er wel degelijk water in staat. De stalagtieten die soms als gigantische orgels aan de wanden hangen dwingen bewondering af. De penisvormige stalagmieten die hier en daar op willekeurige plaatsen staan te pronken wekken onze lach op. De bron die rechtstreeks en met volle kracht recht uit de grotwand spuit staat voor eeuwig in ons geheugen gegrift. We slingeren aan de boulders om de poeltjes te ontwijken, glijden van hellingen af (al dan niet door watervallen), klimmen op en over obstructies, wurgen onszelf door spleten en tunnels, staren verbijsterd naar glanzende hemels en glinsterende strandjes. Aangezien we nogal moesten rushen hebben niet veel footage van de grot zelf, maar het was adembenemend…

DSC05343

DSC05345

DSC05351

 DSC05350

DSC05355

Deze grot heeft niet enkel een impressionante ingang, maar blijft verbazen en schitteren tot het bittere einde. De tijd vliegt maar we zijn snel en behendig. Na een dikke drie uur gillen we bij het zien van daglicht. Met grote trots vullen we het sign-out boek in en schrijven wat zever neer. Maar de avond valt en we zijn nog lang niet thuis…

 DSC05361

DSC05360

DSC05359

DSC05356

DSC05363

Oli omschreef de bushwalk als “a fucking brutal walk”. En ik kan hem geen ongelijk geven. Mijn poten doen zeer van het wetsuit en bij elke hoge stap moet ik mijn knieën forceren en mijn benen optillen. De 400 meter die we half abseilden en half caveden, moeten we nu weer helemaal naar boven klimmen. In het donker. Over boulders en door stekelig en dichtbegroeid struikgewas. Het blijft maar duren en pas drie uur later (ik denk dat het door mijn slakkentempo kwam) bereiken we eindelijk de top. Tijdens de wandeling tot aan de parking horen we een kiwi, maar we moeten hem laten lopen want Troy beloofde om een rescue team uit te sturen als we niet tegen 19u een teken van leven hadden gegeven. Het is nu 19u30. We kruipen verkleumd in de auto en smijten de muziek vollen bak open. Vier uitgelaten honden in een koude bak. Halverwege de kiezelweg krijgen we bericht dat Troy al onderweg is met slaapzakken en ander rescue materiaal. Het scheelde een half uur voor hij moord en brand had geschreeuwd. Maar hij maakt rechtsomkeer en met een bak Belgisch bier maken we hem zelfs gelukkig. Iedereen kruipt onder de hete douche tot ons lijf weer opgewarmd is. Een fles wijn, een bak noedels en nog wat nagezever en het Harwoods Hole avontuur eindigt onder de dons in diezelfde kouwe bak.

Maar een dikke week later voelt het nog steeds als een surrealistische droom. Hebben we Harwoods Hole echt gedaan? Dat avontuur dat er op foto’s en filmpjes zo geschift uit ziet?! Waauw, eindelijk iets om over op te scheppen!!!!

Bekijk hier ons filmpje.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s