Het grote avontuur van twee kleine sloddervissen

Malpelo

Crossing Las Perlas – Malpelo

Nadat we de bodem van de boot afgeschuurd hebben om sneller te kunnen zeilen, volgen vier dagen zeilen in de richting van Galapagos. In ons geval werd het een serieus gevecht met de wind. Het zat niet mee. De wind recht vanuit de hoek waar wij naartoe wilden. Tacken geblazen dus! En veel diesel verbranden. Daniel en ik vochten ook tegen zeeziekte. Dat waren we even vergeten. Echt een mottig gevoel. De hele dag moe. Elke activiteit vermoeit. Lezen, schrijven, concentreren, niets van dat alles is mogelijk. Het alternatief is hele dagen je lichaam van het bed naar de cockpit slepen en weer terug. Eten hoeft niet, want het vliegt toch sowieso overboord. Kjel had hier allemaal geen last van dus hij was in charge en verzorgde ons als een pater familias. Het enige wat helpt is de gedachte dat het na vier dagen weg is. Of medicatie nemen. Dat laatste probeerde ik tijdens deel twee van de trip. Het had vele voordelen: bakken vol energie om te koken, poetsen en spelen. Maar ook een nadeel: pipi doen deed plots superveel pijn en de druk op mijn buik voelde toch ook maar vreemd aan. Een dilemma… Andere dagen is Poseidon zo zachtaardig dat onze slokdarm droog blijft. Het is zo’n verademing als je plots niet meer zeeziek bent. Daniel las zelfs Fatal Storms alsof hij iets miste. Liever zeeziek dan verveeld blijkbaar.

Op een enkele namiddag vingen we én een Spaanse makreel én een tonijn van wel zeker tien kilo. Het vissen zat er dus al op voor een week. Daniel demonstreerde mij hoe je batter butter fish maakt (vis ronddraaien in bloem met bier en bakken in boter – echte bachelorsboef). De tonijn hing ondertussen vanachter aan de boot te bungelen tot het bloed er allemaal uitgelekt was. Bovendien werd hij ook nog eens lekker gerookt door de dieseluitlaatgassen. Als ontbijt aten de jongens tonijn met rijst, lunch werd een steak tonijn met tonijn en ’s avonds tonijn met ei. Ik paste voor de maaltijden en deed een marathon aan dutjes. Onderweg zagen we walvissen in de verte en vergezelden dolfijnen en tuimelaars ons als dolgelukkige freedivers. Fantastisch om ze zo vrij en speels te zien. Heel wat anders dan in een dolfinarium. Hun geluid aan de oppervlakte klinkt als een uitgeputte mens die naar lucht hapt na een lange duik. Erg herkenbaar en ontroerend.

Meer dan tevoren worden we tijdens deze trip geconfronteerd met tegenvallers, nadelen en mankementen van een zeilboot. De jonge Noor die met zijn spiksplinternieuwe catamaran door de oceaan ploegt, moet noodgedwongen richting vasteland wegens problemen met zijn stuur en een motordefect. Daar gaat onze compressor om te duiken in Malpelo! Sommige nachten, als er veel getackt wordt, is onze cabine te klein en rollen we tegen en over elkaar. Hoewel we elkaar heel graag zien en in normale omstandigheden het liefst van al zo dicht mogelijk tegen elkaar plakken, lijkt het tijdens zulke nachten beter als een van ons twee in de junkroom kruipt. Dat betekent wel een kleine competitie met Daniel “om ter snelst het bed inpalmen”, want ook hij wordt tijdens bonkige en jumperige nachten uit zijn queensize bed gekatapulteerd en kiest dan voor de logeerkamer. De technische snufjes aan boord vragen om de beurt steeds meer aandacht. De een na de ander laat het even afweten of vertoont kuren. Bijna menselijk. Alles heeft goede naast slechte dagen op deze boot, voelt soms stijf aan of weigert om mee te werken. Maar met de juiste behandeling hebben we tot nu toe bijna alles kunnen fixen. Zo ontdekte Daniel midden in de nacht eens 10 liter water in de bilges. Wellicht afkomstig van de propeller shaft nadat er een vislijn in verstrikt raakte in Dominica. Een andere nacht stootte Kjel per ongeluk tegen de kraan in de badkamer en liep er zeker 30 liter in de cabine. Het scherm van de VHF in de cockpit besliste op zekere dag om het te begeven (tot nu toe onherstelbaar). Daniels iPhone is naar de zak. Onze iPod heeft zichzelf gewist. Op een andere vermoeiende nacht verscheen de boot plots achterstevoren op de charts. Niemand had een idee waarom. Iedereen vroeg zich af waarom de vorige shifter de boot weer richting Panama had gestuurd. Gelukkig enkel gezichtsbedrog. Het magnetische kompas bood soelaas en bewees dat we wel degelijk nog steeds de juiste kant uit gingen. Maar was toch wel even schrikken!

Tijdens een van mijn nachtshifts vloog er een klein zwart vogeltje de cockpit in. Het rustte uit op de achterkant van de boot. Ik observeerde het even en greep het van bovenaf vast. Ik voelde een fragiel lijfje en weinig verzet. Ik probeerde Kjel erbij te halen maar die slaapkop had de grootste moeite om mijn enthousiasme te delen. Kon er wel inkomen, maar toch, hoe schattig was het beestje dat mij vanuit zijn ooghoekjes zat aan te staren? Wist niet goed wat ermee aan te vangen dus liet het weer vrij op de aft. Het wist blijkbaar zelf ook niet goed wat met zichzelf aan te vangen dus kakte het maar op het teakhout. Ik spoot met de douchekop niet alleen zijn witte doopsel maar per ongeluk ook het hele vogeltje van de boot. Ik hield mijn adem in en tuurde in het donker naar de afloop. Even leek het beestje kopje onder te gaan en onder de golven te zullen verdwijnen. Maar dan richtte het zich weer op, bleek sterk genoeg om omhoog te vliegen en landde op de zonnepanelen om daar hoog en droog wat te chillen. Waarschijnlijk volgde daarboven een nieuw kakje waar Daniel niet echt gelukkig mee is, maar ik was blij dat het het gehaald had dus ik verroerde geen vin en verschoof het probleem tot de dag dat de zonnepanelen niet meer optimaal zouden werken en we er de vogelstront van af zouden moeten vegen.

Malpelo

Het begon als een idee om te gaan duiken rond ‘de rots ergens tussen Panama en Galapagos’. Bleek op de charts een met rode stippellijnen omsloten restricted area te zijn, zogezegd een natuurreservaat. We fantaseerden erop los. Misschien was het wel een rovershol, een militair basiskamp, een kluizenaarsoord of een wetenschappelijk onderzoekscentrum? Het behoorde alleszins tot Colombia, dus een bakermat voor guerrilla’s of drugssmokkelaars kon ook nog. Bij nader inzien bleek het niet zomaar een rots, maar een eiland. En wat voor een. Een grote rotsformatie met kleinere rotsen eromheen. Duizenden broedende witte vogels (Sula’s of Masked Boobies) op de rotswanden. Unieke exemplaren op deze locatie. We ontmoeten duikers die ons meedelen dat dit een world class diving site is met de duurste duiken in de wereld. Zij zagen die dag alvast whale sharks (prachtige beesten). Kjel en ik gaan snorkelen en zien zotte vissen zo mooi als nooit tevoren (Kng Angel Fish).

We pakken de dinghy, pikken twee gasten op die vertellen dat ze Colombiaanse militairen zijn. Samen met hen omcirkelen we het hele eiland. Ze heten Ricardo en Andreas. Ze vertellen ons dat zij deze locatie beschermen omdat het Patrimonium van Colombia is. Soms zien ze schildpadden uit Galapagos van een meter groot passeren. Op verschillende plaatsen in het eiland zien we grotten. Eentje met zelfs een mysterieuze mist.

Ze vragen ons om aan wal te komen. Een serieuze onderneming. We gaan in op hun uitnodiging en klauteren langs een touw (Kjel) en een touwladder (Daniel en ik) op een roestige stelling naar boven. Op een dag dondert dat hele ding gegarandeerd in zee. Koddige witte vogels met een of twee eitjes verdedigen hun nest van kiezelsteentjes. Krabben krioelen over de rotsen. De jongens tonen ons ongeziene zwarte glibberige hagedissen met witte stippen en kleine fluweelachtige hagedissen met een nekkam. Het valt ons op hoe weinig schrik ze hebben van mensen. Behalve wanneer de twee deugnieten met krabben naar de broedende moeders beginnen te gooien. We ruilen een krat bier voor 20 liter dinghybenzine, springen van de roestige stelling naar beneden in het water en keren terug naar de boot.

De volgende ochtend ben ik vroeg wakker. Ik lees Dr Jekyll and Mr Hyde uit. Niet voor niets een klassieker en een dikke aanrader. Dag 2: exploratie van het eiland. Eerst de dichtstbijzijnde rotswand afgespeurd onder water. Megagrote school langwerpige vissen gezien en een gele octopus. Een storm komt opzetten dus we spoeden ons terug naar de boot. Maar eerst even door de kerkhoge spelonk met de wilde golven racen. De dag voordien werd ons dat sterk afgeraden door Andreas, een van de militairen, de voorzichtigste. We herhalen ons bezoekje aan hen, ruilen opnieuw benzine voor bier en tonijn, kruipen in een lage grot in de rotswand en springen weer van de stelling. We nemen de mannen mee naar de boot, voeren ze spaghetti tot er eentje zeeziek wordt en crasht. De ander staat te springen om zijn amulet (twee kogels, afkomstig uit zijn buik) of zijn Colombiaanse militairenpet te ruilen tegen om het even wat. Maar veel zijn we daar niet mee dus we passen.

Plan om te duiken valt letterlijk en figuurlijk in het water. Het regent, het is pokkekoud en de lucht is te betrokken om veel te kunnen zien. Te donker om te duiken dus. We brengen het duo terug aan wal tot groot geluk van de ondertussen geel uitgeslagen Andreas. Daniel crasht in zijn bed. Kjel wil per se nog wat doen. We gaan snorkelen en spotten twee lemon sharks en een schildpad. Ik voel me weinig op mijn gemak daar in het turbulente donker en we keren terug naar de boot. Ik probeer het tortillarecept. Ca va, te eten, maar niet fantastisch.

De volgende ochtend komen we traag op gang behalve Kjel die staat te springen en te pushen om de boel vooruit te laten gaan. Van de twee oudjes heeft de een moeite met uit bed te stappen (Daniel) en de ander met het opgedrongen (te hoge) tempo en de groepsdruk (ik). Tot onze grote teleurstelling blijkt mijn nieuwe tank al half leeg en mijn o-ring volledig weggerot. Uiteindelijk geraken we alsnog in het water. Andreas en Ricardo wachten op ons in de dinghy. De rotswanden lopen steil verder onder water wat een mooi decor oplevert. De vissen zijn statig en mooi, bijzonder en met veel tezamen in hun scholen. Ze zwemmen tegen de stroming in in de kraters van de rotsen, kussen de bruine koralen en exploreren hun betoverende onderwaterwereld. Een dikke, enge morray eel sluipt half uit zijn schuilplaats, een hammerhead shark passeert in de verte.

Kjel heeft problemen met zijn buoyancy, ik vergezel hem in zijn gevaarlijke (want te snelle) surfacing. We brengen de tanks naar de dive boat aangezien zij beloofden om ze te vullen, keren terug naar de boot en lunchen met onze nieuwe vrienden. Kjel en Daniel gaan de tanks halen en krijgen het droevige nieuws te horen dat ze de tanks toch niet willen vullen. De Duitse dive master (eerder een kong fu master die de tragiek van de wereld op zijn schouders draagt) ziet zijn business bedreigd (strontdure excursies begeleiden op een exclusieve duiksite met world class diving). Zeer spijtig, niet erg sportief en zeker niet solidair. Maar soit. We duiken onze tanks leeg en vertrekken.

Onze vrienden proberen ons nog aan land te krijgen voor een ontmoeting met de commandante maar weg is weg. Eens op zee is de volgende bestemming het volgende doel. Kans gemist? Misschien. Misschien ook totaal niet. Het was plezant, we hadden ons geamuseerd tot de laatste snik en dan is je biezen pakken voor de sfeer zakt de beste optie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s