Het grote avontuur van twee kleine sloddervissen

Fatu Hiva

Fatu Hiva

Dag 19/8

Na ongeveer 21 dagen op zee … we zijn onderweg de tel kwijtgeraakt … Daniel ligt te maffen … Kjel en ik chillen in de cockpit … Kjel trekt zijn stijf gezeten lijf omhoog en tuurt in de verte. Plots: “BRECHT BRECHT BRECHT!!!! KIJK! LAND IN ZICHT!” Hij fluisterroept want hij mocht van mij de kapitein niet wakker maken (voor die keer dat we het rijk voor ons alleen hadden!)

We naderen Fatu Hiva in het donker. De windvlagen vallen om de zoveel tijd van de bergen en huilen door onze haren en in onze oren. Alle hens aan dek in een life frakske om de zeilen neer te laten en de ankerplaats veilig en wel binnen te varen in het pikkedonker. De enige referenties zijn drie lichtjes gezellig dicht bij elkaar en wat donkere schaduwcontouren van het eiland. Gelukkig begint David van zeilboot Rancho Relaxo plots met zijn Duitse accent welkomstkreten en instructies door de VHF (radio) te roepen en weten we dat alles in orde komt. Zij moesten ’s nachts de haven binnen zeilen aangezien hun motor het natuurlijk weer had laten afweten.

Alles goed en wel. Het anker grijpt vlotjes in de zandbodem en iedereen is dolcontent dat we er zijn. David roeit naar onze boot, pikt ons op en Guy (zijn vrouw met mannennaam – ik was onmiddellijk fan) trekt ons vieren terug. We vliegen in de cocktails en vertellen honderduit over onze crossings. Na drie weken eens wat andere smoelen zien doet iedereen deugd! Vlak voor zonsopgang dobberen we terug naar de boot, hijsen onszelf aan boord met verbazingwekkend stijve spieren (dankzij die drie weken nietsdoen). Kjel daalt in alle stilte met vuurrode oogjes af naar ons slaaphol. Net op tijd merk ik zijn stiekeme vluchtpoging op en probeer hem nog in feeststemming te houden, maar hij houdt voet bij stuk. Daniel en ik gaan dan maar met zijn tweetjes voor een laatste drankje. Langzaam maar zeker komt de zon op en ontwaren we de ware contouren van het paradijs. We hadden het overweldigend verwacht, maar op het moment dat deze overweldiging toeslaat, kan je niet anders dan achterover vallen. Dit is veruit de machtigste ankerplaats die we tot nu toe gezien hebben. Le Baie des Verges (Baai der Penissen) dankt zijn naam aan de coole pinakels die aan weerskanten van de vallei torenen. De Franse nonnen die hier in de jaren stillekes arriveerden kregen prompt schaamrood op hun wangen als iemand naar hun verblijfplaats vroeg dus voegden ze snel een i-tje toe en maakten er Le Baie des Vierges (Baai der Maagden) van. Saaaai! Daniel en ik kijken rond, voelen onze aderen volstromen met de kracht van dit paradijselijke oord, kunnen het niet laten en laten de energie losbarsten.

We kramen de dinghy op, kieperen hem overboord, springen erin en vertrekken voor een expeditie langs de steile, ontoegankelijke oevers. Kjel was met geen stokken uit bed te krijgen, dus ik moet het nog steeds zonder hem stellen. We cirkelen door kleinere baaitjes, dringen zo dicht als we kunnen in grotjes, worden gillend weggespuwd door het water dat de onderwatergrot eerst binnenlaat en dan tegen volle kracht weer uitbraakt (supercool!). Ongeveer halverwege ontdekken we een watervalletje dat ergens vanuit de bergen moet komen. Wanneer we het einde van de westkant bereikt hebben, zitten we in open zee. Onze overmoed zakt naarmate de stroming en de golven toenemen, dus we beslissen terug te keren. We beuken de hele weg in de wind, passeren de inham met onze boot en zetten koers in de richting van de andere ankerplaats ongeveer 6 km naar het zuiden. Ik hou het stuur vast, zo stevig als ik kan, terwijl Daniel voorop staat met zijn gat naar achteren om zijn evenwicht te bewaren. Ik probeer het zo hard mogelijk te maken voor hem en wanneer ik zie dat hij op zijn tanden bijt van enthousiasme kan ik mezelf niet inhouden en gieren we allebei van het lachen. Als we er bijna zijn zien we plots zeker twintig dolfijnen uit het water jumpen. We vlammen hen voorbij, zij hebben er wel zin in en ze racen voor de boeg. We meren aan en wandelen een slapend dorpje binnen.

Er hangt hier een sfeer van permanente siesta. De hibiscus siert de hele lengte van de betonnen “hoofdstraat” (er is er maar eentje). Langs alle kanten stromen riviertjes de vallei binnen. De vrouwen die we passeren dragen allemaal bloemen in hun haren. Hoewel de bevolking vlotjes Frans spreekt (met rollende r) zien ze er opmerkelijk anders uit dan de Fransen. Zo zien Polynesiërs er dus uit. Het valt ons op dat ze redelijk dik zijn en we vragen ons af hoe dat kan. Horen volkeren met traditionele niet-Westerse eetgewoonten niet slanker, sterker en gespierder te zijn?! Het antwoord op onze vraag ligt waarschijnlijk op de rekken van het buurtwinkeltje. Sinds enkele decennia kan je hier alle westerse rommel vinden die zo catastrofaal zijn voor de lichaamsproporties van de mens. En aangezien er hier in dit luilekkerland niet te veel gewerkt wordt werpt dat obese vruchten af.

Onder de open huisjes met extreem lage daken drogen opengesneden kokosnoten om kokosolie van de maken. Wat verderop vinden we hokjes voor honingbijen. We volgen een pancarte met “bananes” en treffen een ouder koppel aan in hun tuin. Onder een kleine tafelserre liggen bananen te drogen en aan de grote trossen hangen de rode bananen waar we sinds Galapagos zo zot van zijn. Maar in onze naïeve haast hebben we natuurlijk geen frank op zak. We eten een blik ravioli langs de rivier, mijmeren wat over de constructie voor hydro-elektrische energie tot de zon door de bomen priemt. We haasten ons terug naar de boot en zijn ermee weg. De frisse bries doet deugd. De dolfijnen herkennen ons, tuimelen even rond ons en racen dan weer met ons mee voor een minuut of vijf. Dan maken ze rechtsomkeer en verdwijnen uit het zicht. De terugweg lijkt een pak langer dan we ons konden herinneren, dus tegen de tijd dat we onszelf weer op de achterkant van de boot hijsen zijn we pompaf.

Dag 20/8

Ik tref Kjel aan in dezelfde gezellige slaaphouding. Het is zalig om na die nuit blanche tegen hem aan te crashen. Hij ontwaakt, klimt in de cockpit voor een ochtendplasje en zijn mond valt open. Hangover of niet, dezelfde overweldiging overvalt hem, bruist door zijn aderen en binnen dit en tien minuten kajakt hij met hangover en al de baai uit. ik neem zijn plaats in en geef mij over aan de Frans Polynesische siesta. Bij zijn terugkeer liggen we net weer wat met zijn tweetjes te cocoonen in ons hol wanneer Zack van Panache, de kleine zeilboot naast ons, door de radio afroept dat er een school manta rays rond zijn boot hangt. Kjel en ik kajakken er samen heen (altijd gezellig in een eenpersoonskajak). We spotten de lange zwarte vinnen die kleine kringeltjes draaien aan het wateroppervlak en dan weer verdwijnen. We laten ons in het water zakken. Manta’s zijn na zeeschildpadden de meest rustgevende dieren die ik ooit heb gezien. Ze zijn met zijn zessen. De een al groter dan de ander. Gemiddeld drie meter in diameter. Soms dalen ze allemaal samen af naar de diepte om dan weer gezamenlijk naar boven te zwemmen, mond wagenwijd open, hun lichaam sierlijk en krachtig met een lange pinnige staart erachteraan. Aangezien ik net ontwaakt ben uit een diepe slaap en een erg lange intensieve nacht achter de rug heb, dringt de koude makkelijk binnen in mijn lijf dus we keren tevreden terug.

Dag 21/8

Ergens op Fatu Hiva, bereikbaar vanuit Hanavave, het dorpje met de baai waar wij geankerd liggen, zou er een waterval van 61 m naar beneden komen. Ergens, diep verscholen in de vallei. Samen met Zack van de zeilboot Panache en de familie van Rancho Relaxo gaan we op zoek. Op ons gemakje. Het lijkt alsof niemand van het dorp ons precies kan vertellen waar het pad begint, dus we speculeren en gokken wat rond. Uiteindelijk vinden we een pad dat voldoet aan de vage omschrijvingen. Het paadje loopt langs riviertjes, onder palmbomen en tussen hibiscusstruiken met felrode bloemen. Na ongeveer een uur wandelen worden we rijkelijk beloond voor onze “inspanningen”: een prachtige waterval stroomt zachtjes, haast voorzichtig naar beneden langs de bijna loodrechte wand. Geen stortvloed, maar trage straaltjes lopen over een wijde, spiegelgladde rotswand verspreid en belanden in een bassin aan de voet ervan. Iedereen Ooh-t en Aah-t als hij in het water rondzwemt. Dit is zalig! Zoetwater! We springen van de rots ernaast, staan onder de waterval, voelen hoe de waterval ietsje warmer is dan het zwembad eronder, rusten uit op de door de zon verwarmde stenen. De jongens maken speren en tonen de vijfjarige Bruno hoe het moet. Zijn zusje Viola ligt in haar blootje op een steen te slapen. David staat onder een regenboog in de waterval. Guy en ik babbelen terwijl we languit op een rots hangen. Luilekkerland …

Voor de terugkeer gaan Kjel en ik er alleen op uit. Blootvoets dalen we af door de rivier. We klauteren over boulders, springen van steen tot steen, slingeren aan takken en bomen, breken de rotte exemplaren, bewonderen het rode mos en de boomwortels langs de oever die lijken op dunne dreadlocks. Als we het dorpje bereiken zien we nog net hoe de ondergaande zon de vallei omtovert in een dramatisch tafereel.

Dag 22/8

De dag dat Rancho Relaxo vertrekt zien we allemaal met eigen ogen wat de voordelen van een stalen boot zijn. Aangezien hun motor niet werkt moeten ze de baai uitzeilen. Het grootste probleem is de omlaag vallende windstoten. Iedereen kijkt toe en houdt zijn hart vast. We zien de boot een dappere poging doen om te draaien maar de natuur werkt niet mee. Rancho stevent vastberaden recht op de rotsen af. We horen Guy gillen en nerveuze gebaren maken. Als ook David begint te roepen weten we dat het menens is en springen Daniel en Kjel in de dinghy. Maar het is al te laat. We horen de hull van de boot keihard tegen de rotsen knallen. Guy probeert met volle macht de boot van de rotsen af te duwen maar het lijkt niet evident. De boot draait zich traag om en begint langzaam maar zeker de juiste richting uit te varen. In de safe zone buiten de baai checken ze de boeg op deuken, builen en gaten, maar de schade valt mee. Ik roep Guy door de radio en ze kan nog lachen en brult trots dat het allemaal oké is omdat ze een stalen boot hebben! Wij zullen voorzichtiger moeten zijn want zo’n botsing breekt onze boot in twee!

In de namiddag gaan we met zijn drieën spearfishen. Zonder veel succes. De baai is volledig leeggevist.

Dag 23/8

Kjel en ik gaan vandaag voor wat quality time samen. We maken een lui wandelingetje tot een bananenplantage, ontmoeten ene Jacques. ruilen twee brikken wijn voor een van zijn houten sculptuurtjes maar komen hem later opnieuw tegen, knalbezopen, dus we beslissen dat we voortaan wat anders gebruiken als ruilmiddel. We krijgen gigantische pompelmoezen van een masseur en een afspraak voor een massage de volgende dag. Op Fatu Hiva bestaan er ruilhandeltjes in touw, visgerief, wijn, bier, rum, zaden, kogels en geweren, parfum, T-shirts (ze lopen rond met T-shirts van festivals in Nederland).

Dag 24/8

We varen uit voor een snorkelexpeditie met de familie van de zeilboot Marya. Ben, Rosangela en de twee kleine mannen Josh en Luke. Hetzelfde team als onze expeditie exhaustion in Galapagos. Ditmaal iets minder radicaal en zelfs zeer relaxed. De mannen trekken eropuit met hun spearguns om vissen te schieten. Ik twijfel en vraag me af of ik voor een dagje macho-af ga. Hele dagen tussen alfa males rondhangen eist soms zijn tol en dan snak ik naar een moment me-time of de aanwezigheid van een omega-male of gewoon een vrouw. Mijn speargun ligt klaar in de dinghy en de mannen rekenen op mijn deelname, maar ik haak af. Ik ben niet in the mood. Ben en Daniel schieten weg in hun kajaks terwijl Kjel er met heftige slagen achteraan zwemt. Als ik ze zo zie vertrekken ben ik content met mijn beslissing om bij Rosangela en de boys te blijven. Ik ben blijkbaar niet de enige die de ventjes graag ziet maar ook graag eens alleen op pad stuurt. We babbelen honderduit. Over de verschillen in lifestyle tussen het leven in een stad en het leven op een boot, stadsmensen en bootmensen, luxe en het simpele goedkope leven, de uitdagingen, voordelen en ervaringen als koppel op een boot, enz.

We snorkelen onder de waterval, exploreren de rotswanden en strelen de koralen en sponzen. We kruipen uit het water voor een rotswandeling. Luke vindt prachtige Kaori-schelpen. Grote bruine glanzende schelpen met een opening als een mondje en een slakachtig diertje dat zijn huisje hele dagen met zijn slijmige lijf polijst. We trekken zee-egels van de rotsen in de hoop dat ze zo lekker zijn als de boekjes beloven (achteraf blijkt dat we buiten seizoen geoogst hebben en dat de beesten leeg zijn vanbinnen en geen overheerlijke eitjes dragen). Net wanneer we aan een beklimming van de steile wand begonnen zijn, fluit Ben ons vanuit zijn kajak naar beneden. Te gevaarlijk. Ben ving een snapper, Daniel en Kjel werkten de ziel uit hun lijf zonder resultaat. De ongeschreven regel: niet te veel plagen! Toch gaat het feest op Marya niet door. Op onbekend terrein moet je altijd eerst aan de locals vragen of je vis eetbaar is of niet. Blijkbaar veroorzaakt de snapper hier ciguatera, een vuile ziekte afkomstig van vissen die koralen eten. Hoe hoger de vis in de food chain zit, hoe groter de kans op ciguatera. De ronduit akelige symptomen variëren: buikpijn, misselijkheid, overgeven, diarree, ongevoelige of tintelende mond en ledematen, zwakte, uitputting, spierpijn, gevoel van losse (!) en pijnlijke tanden, verlies van haar en nagels (!), vertroebeld zicht, trage reflexen, huidirritaties, omkering van koude en warme sensaties (!!!) (Daniel kent zo’n slachtoffer dus het is geen legende), spierverlamming, coma, dood door verlamming van de ademhalingsorganen, enz. Als je niet onmiddellijk sterft, kunnen de symptomen maanden tot jaren aanslepen. Jakkes. Beste preventieve maatregel is de locals om advies vragen voor je ook maar iets naar binnen werkt. Living on the edge is soms plezant, maar ciguatera uitdagen is een bocht te ver. Dus liever geen vis eten en lekkere bonen stoven dan risico’s te nemen …

Dag 25/8

Als je vanuit de boot in de baai omhoog kijkt zie je een kruis op een van de hoogste toppen prijken. Blinkend wit tegen de blauwe hemel met voorbij suizende wolken in de strakke wind. Kjel en ik maken een knapzak en beginnen aan de beklimming van de steile helling. Tijdens ons wandelingetje door het dorp in de vallei ontmoeten we een stel kerels die ons vertellen over hun dagelijkse leven, wat ze eten, wat ze telen, wat ze zo hele dagen uitspoken, over hun illegale jachtpartijtjes op geiten en varkens, de cannabis die ze ergens in de bergen telen en het grote feest in december, de maand des overvloeds. Hubert, de Fransman van de catamaran, gaat elke dag aan wal om zijn witte Engelse setter uit te laten. Hij voegt zich bij ons en de mannen beginnen een interessante discussie over de Franse kolonisatie, de atoombom en de consequenties. Chiracs bom in de late jaren 80 werd niet voor niets onmiddellijk gevolgd door de catastrofe. Het eiland Moruro in de Tuamoto’s staat op het punt om dwars doormidden te breken ten gevolge van de explosie. Hoe zot is dat? Die breuk zal een tsunami veroorzaken die uiteraard enkel de Pacifische eilanden en eventueel de Aziatische kust zal treffen. Frankrijk ligt veilig en wel ver weg in the safety zone. Waarom moest dat experiment per se hier uitgevoerd worden? vragen de mannen zich af. Waarom niet ergens in de woestijn? Hubert beweert dat de huidkankers en de complete eliminatie van de bevolking aan de andere kant van het eiland slechts voor het uiterste minimum veroorzaakt werden door de bom. Bovendien vormt Frankrijk vandaag dankzij deze experimenten een autonome militaire machtsstaat. De mannen zijn het daar niet mee eens en betreuren het feit dat dat ten koste moest gaan van hun vreedzame samenleving. We worden getroffen door hun gevoel van onrechtvaardigheid en machteloosheid. Hubert blijkt een ex-commandant uit het leger en hij verdedigt de hele zaak vanuit Frans standpunt. Hij is een onwaarschijnlijk sterke redenaar met op het eerste gezicht logische argumenten en hij praat de twee vlotjes onder tafel. Maar wij voelen ook hoe de menselijke kant soms ontbreekt. Empathie wordt in zijn redevoering gereduceerd tot “collateral damage”. Ze sluiten de discussie af met de woorden Il faut qu’on discute. Dat is waar. Maar achteraf zegt de ontgoochelde Lee met droeve stem dat de Fransen altijd het laatste woord hebben. Dat hebben wij ook gemerkt. Maar we zijn onder de indruk van Lee. Zijn kennis van zaken, het bewustzijn en overzicht dat hij heeft over de situatie zijn bewonderenswaardig. Zijn mening en argumenten moeten niet onderdoen voor Hubert, hoewel ze vlotjes platgewalst werden. Ik hoop dat hij een man is die anderen kan sensibiliseren om op te komen voor hun zaak.

Kjel en ik voederen ons oude brood aan een gulzig paard in de weide en een content varkentje bij een goedlachs ventje in de tuin. Daarna beginnen we aan de echte beklimming. Hoe meer zweet we verliezen, hoe machtiger het uitzicht wordt, dus we marcheren verder met een steeds bredere glimlach. Als we de hoogste top bereikt hebben, ligt de boot beneden in de baai als een klein visje in een megagrote oceaan. Het kruis stelt plots niets meer voor. We zijn al minstens dubbel zo hoog en het religieuze symbool lijkt van hieruit niet indrukwekkender dan een berggeitje.

We proberen van onze linzenlunch te genieten maar de wind blaast ons bijna van de berg af en het zand dat meekomt gooit roet in het eten. We dalen af naar een begraasde heuvel, liggen languit op elkaar te genieten en herinneren ons hoe zalig een gazon kan zijn. Tijdens de afdaling neem ik foto’s en pelt Kjel een kokosnoot met behulp van een machete en gespierde armen. Bloed, zweet en vezels vliegen in het rond. Op de top van de noot zitten drie kleine gaatjes. Die kan je makkelijk uitsnijden (mijn taak) en dan druipt het water er zonder enige inspanning uit. Mmmm! We dalen verder af en passeren de kerk waar zo wat alle locals van het dorp verzameld zitten in een zware stilte. Op de dag van onze aankomst werd een 47-jarige man begraven die overleed aan de gevolgen van kanker. Wij installeren ons aan de kade en horen hen mooie liederen zingen. In onze fantasie dromen we van pasta pesto en herinneren ons plots dat het dorp naar verluidt volgroeit met verse basilicum. We gaan op ontdekking en lopen Hubert met zijn hond tegen het lijf. Hij spoort ons aan om wat van de geurende blaadjes te plukken aangezien de bosjes toch weelderig groeien. Daarna geeft hij ons een lift naar huis. De pasta pesto wordt een megahit!

Dag 26/8

Lobsterjacht met Rosangela en Ben van zeilboot Marya (dezelfde van expeditie exhaustion in Galapagos). Kjel zit alweer met een premature oorinfectie opgescheept en moet passen. De eerste halte is de grot waar Rosangela de dag voordien bijna verzopen is. Ben gelooft dat ze het trauma moet overwinnen en haar angst recht in de ogen moet kijken. Monkeymachoman is talking. No mercy! Daniel reageert ontgoocheld wanneer Ben zijn echtgenote aanduidt als buddy. Zit hij toch wel met mij opgescheept zeker! Ik heb geen zaklamp zoals de drie anderen dus beloof mezelf niet veel verder te gaan dan de ingang van de grot. Tot groot verdriet van Danny Boy natuurlijk. Maar verzuipen is nu eenmaal niet mijn ding. Grotten zijn tof om in rond te dolen, maar niet onder water. Daniel smijt al het gerief overboord. Ik vertrouw hem, kruip in mijn BCD (opblaasbaar duikfrakske) en check mijn regulator. VOEF! De tank schiet lucht naar de haaien. Damn, troubles in paradise. Daniel vloekt dat hij “a fucking crayfish” wil vangen vandaag. En ik hou hem op. Pech, had dan mijn tank open gedraaid he! Fin, de les die ik vandaag geleerd heb: ik moet zelf mijn duikmateriaal drie keer checken vooraleer ik naar de bodem afdaal! Al goed en wel, Danny fikst de boel en we zijn ermee weg. Gelukkig blijven we op 6m diepte. Makkelijk om in geval van nood alleen naar de oppervlakte te zwemmen. Daniel verdwijnt in een pikkedonker gat met zijn lampje. Ik blijf achter in de gigantische ingang. Rond mij ligt het volgezaaid met rotsblokken vol kleurige verfvlekken, alsof een oude beschaving hier ooit paintball speelde. Als je weet dat zij het surfen en benjispringen uitgevonden hebben zou het je niet verbazen. In de stroming probeer ik met mijn nieuwe vinnen (dubbel zo lang als de vorige) op dezelfde plaats en diepte te zweven. Ondertussen kijk ik vol ontzag omhoog naar het water dat tegen de grot ramt en een woeste turbulentie creëert. Plots zie ik een lichtje mijn richting uit komen. Daniel overhandigt mij zijn zaklamp en samen zwemmen rustig de grot binnen. Na ongeveer 15 m draai ik mij om en zie dat de grot gevuld is met miljoenen rode visjes (Squirrels of Eekhoorns). Ik kijk nog wat rond, zwem nog een ieniemini beetje verder, luister naar de donderslagen van de golven en geef dan een “I’m out of here”-teken aan Danny. Ik draai mij om en zwem tegen de school vissen in naar mijn comfortzone. Niet veel later keert ook Daniel terug en gaan we op zoek naar de andere twee. Blijkbaar hangt mijn tank los aan mijn regulator te bengelen en Daniel moet een tweede keer zijn ergernis aan de kant schuiven om mij te helpen. Maar dat is nu eenmaal de taak van een duikbuddy. Onder ons zien we Ben passeren met twee lobsters in zijn vuist. Ik hoor Daniel knarsetanden en vloeken. Ai. Slecht voor de morale! Fin, we keren terug naar de boot. Rosangela stuurt Daniel achter Ben aan en ik hijs mezelf naast haar in de boot voor wat dinghytalk. We roddelen over “de mans”. Als ik haar hoor vertellen lijkt het alsof ik mezelf bezig hoor. Ha! Als ik tijdens deze reis iets over mannen en vrouwen geleerd heb dan is het wel dat de clichés niet voor niets clichés zijn en verdomd veel waarheid bevatten. Onze mannen willen altijd iets DOEN. Wij willen soms eens naar iets KIJKEN. Maar dat is niet interessant genoeg voor hen. Bovendien willen ze altijd ALLES. Ze willen EN hun eigen ding doen, EN iets samen doen. Alleen iets doen terwijl wij vrouwen ook alleen iets anders gaan doen, dat is een moeilijke kwestie. Maar soms zit Rosangela uren en uren op de boot te wachten terwijl Ben een vis probeert te vangen. Ze moet dan wachten tot hij terugkomt om dan iets samen te doen. Soms vertrekt hij ’s morgensvroeg en is tegen 16u nog niet terug. Als hij dan arriveert, kan de andere activiteit hem gestolen worden en draait de rest van de dag rond de bereiding van de vis. Tot groot verdriet van Rosangela natuurlijk. Ik zeg haar dat ik al lang weggeweest zou zijn, zelf iets was gaan doen. Ze vertrouwt mij toe dat ze geleerd heeft om minder te discussiëren over zulke zaken. Ik denk bij mezelf, awel, dat zou ik nu eens niet pikken zie. Maar ik hou mijn mond, net zoals zij doet tegen haar ventje. Ik ben blij dat Kjel mij makkelijker laat begaan. Als de mannen aan boord kruipen, doen we alsof er niets aan de hand is, laten hen opscheppen, varen naar een volgende grot, droppen hen in zee en hervatten ons gekwetter.

De zon zakt steeds dieper, het water kleurt steeds donkerder, de mannen worden steeds opgefokter en ons gesprek wordt steeds geanimeerder. Plots horen we een hoge gil en weet ik zeker dat Daniel kreeften gevangen heeft. Chance! Als twee tieners gibberen en spartelen ze terug naar de boot. Hij heeft er twee gepakt. Een met zijn hand (die blijft kicken tot hij het deksel van de pressure cooker ziet sluiten boven zijn kop) de ander met zijn speer (die ligt onmiddellijk zen op de bodem). Ik kajak de hele weg terug. Stiekem om te ontsnappen aan de macho-talk en om na te genieten van de macha-talk.

Het is feest op Red Sky Night! Kjel herinnert zich een receptje van zijn mama en ik ben er zeker van dat het zalig zal worden. Curryrijst met (door Kjel zelfgeperste) kokosmelk, amandelnootjes, basilicumblaadjes fijngesneden in krulletjes en … maar liefst 6 kreeften! Super super lekker en gezellig met Ben, Rosangela, Daniel, Kjel en ik in de cockpit.

Dag 27/8

Voor het krieken van de dag (echt, verdomme, veel te vroeg man) belt Ben ons wakker door de radio. De vroege vogel staat alweer te springen om in de dag te vliegen. Daniel probeert opgewekt te klinken maar we zien aan zijn kop dat het allemaal pijn doet. De vorige dag hangt nog als bijtend melkzuur in zijn kleren. Wij grinniken en draaien ons lekker om. Terwijl Ben al in zijn kajak ligt te peddelen achter de boot en Daniel van hot naar her sprint op de boot, hangen Kjel en ik lekker onderuit in het salon met een hete kop koffie voor onze neus. Als de mannen uit het zicht verdwenen zijn schieten we op het gemak in actie. Home alone! De zon staat al hoog aan de hemel als we eindelijk een knapzak in elkaar knutselen. We tsjollen door het dorpje en belanden onder een afdak bij twee sculpteurs. Simon, een dikzakske met korte borstelige wenkbrauwen, ondeugende ogen en twee genieperige glimlachjes, een op zijn gezicht, de ander op zijn ronde buik. Jean-Pierre, jaagt op everzwijnen van anderhalve meter hoog en is bezorgd om een van zijn jachthonden die bijna een poot kwijtspeelde dankzij de slagtanden. Hij legt zorgvuldig alles uit, het systeem van meester-leerling, de houtbewerkingsmethoden en de gevolgen van “de bom” (uiteraard). Voor de bom puilde het eiland uit van de sinaasappelbomen. Kort nadien verdwenen ze een na een. Wat een triest verhaal. Hoe meer we met de bevolking praten, hoe meer atoombomverhalen we te horen krijgen.

We bewonderen hun werk dat de kring rondgegeven wordt. De Fransman Hubert van de catamaran gaf hem de opdracht om een sculptuur te maken als handvat aan het uiteinde van een zwaardvistand. Wat een machtig meesterwerk! Onze mond valt open, van bewondering en jaloezie😉 De rest bestaat voornamelijk uit modellen van vrouwen met een extreem dik gat en een soort van Martial Arts wapens van vroeger. Ze bereiden zich voor op een grote expositie in Tahiti ergens in november. We delen onze lunch. De mannen eten mijn brood en Kjels hummus met smaak. Kjel deelt onze rode wijn (extreem zuur en azijnachtig na drie weken te staan rotten op de boot).

We treffen Augustin massage serieus talent volleyballen Kjel en ik houden de teams in evenwicht met ons geklungel vooral veel lachen weinig competitie tot zon achter de kim verdwijnt

28/8

Slacklinen met truckers ratch-and-tie-down. Supermakkelijk te installeren aan twee palmbomen en extreem sterk. Het hele dorp onder de 12 jaar kon er samen op staan. Aan het water, onder een warme zon en op een zacht grasveldje oefenen Kjel en ik onze slackline kunsten. De een (Kjel) op een anderhalve meter hoge en de ander (ik) op 70 cm of zo. Algauw hebben we toeschouwers en zelfs participanten, want de Marquesiens zijn niet verlegen. Ze klimmen halfweg op de boomstam, stappen zonder veel aarzelen op het touw en zwieren zich een halve afstand ver tot ze met brede glimlach uit evenwicht gaan, tegen de grond storten en hun publiek strike gaat. De een na de ander roept “MADAM!”, vraagt een handje en balanceert dan enthousiast tot het einde. We amuseren ons rot. Wel lastig om zelf wat te oefenen, maar daar gaat het al lang niet meer over. De pret is het samenspelen. Sommige meisjes hebben de smaak echt te pakken en zijn niet meer weg te krijgen.

Rond drie uur delen Kjel en ik een bananen-kokos-notencake en dan begeef ik mij naar Augustin, de masseur/healer van het dorp. Ik was content na de behandeling van gisteren dus mijn rugzak zit vol met bier, chocolade en bananencake voor mijn weldoener. Ah man, dat doet deugd. Het doet meestal pijn, maar ik voel dat daar het geheim schuilt. Hij kent de knooppunten in het lichaam en laat zich er volledig op gaan. Ik voel dat hij zijn werk serieus neemt en een kenner is in zijn domein. Achteraf vraag ik hem uit en hij onthult behoorlijk wat van zijn kennis. Met de christelijke spiritualiteit errond heb ik problemen. Met andere woorden, ik geloof er geen sjiek van en vind het jammer dat de traditionele, oorspronkelijke religie verloren is gegaan. In de hoek van de kamer staat een soort altaar met een megaportret van Jezus. Hij heeft een lijst met beschermengelen en zijn klanten kunnen bij hun geboortedatum checken wie ze moeten aanroepen in nood. Voor hij aan de massage begint prevelt hij een gebed terwijl hij zijn handen op mijn rug houdt. Jammer dat het christelijk is, voor de religie van de oude beschaving had ik meer respect kunnen opbrengen. Kortom, dat laat me allemaal koud, maar zijn massage niet! Die is heerlijk! Na afloop laad ik mijn rugzak uit in de handen van een tevreden man (vooral dankzij het bier) en wandel ik helemaal herboren naar buiten. Hij laadt mijn rugzak weer vol met vers geplukte citroenen, pompelmoezen en kokosnoten uit de tuin.

‘s Avonds pruts ik in mijn geheugen en probeer de kunstjes uit op Kjels pijnlijke beenspieren. Ik kan niet tippen aan de meester, maar mijn vriendje ligt wel in zwijm. Nadien voelt hij zich weer kiplekker in plaats van compleet uitgeteld en stijf, dus in onze ogen ben ik wel geslaagd voor de proef.

30/8

Ik test voor het eerst een speer en vang meteen mijn eerste kreeft!

Lobsterjacht deel 2. Kjel en ik zijn buddy’s vandaag. We klemmen allebei een zaklamp in onze hand en zweven met onze duiktanken op de rug de donkere grot in. Ongeveer halverwege schijn ik wat in het rond en spot plots een koppel tentakels onder een diagonaal rechtopstaande rots. EEN KREEFT!!! Ik por tegen Kjel. We dachten dat Ben en Daniel ondertussen gegarandeerd alle grotten al leeg geplunderd hadden, dus we staan versteld. We keren terug naar de ingang en pakken de speer. De kreeft zit er nog steeds. Kjel geeft teken dat ik moet schieten. Ik twijfel want wil de kreeft graag op ons bord en vrees dat ik zou missen. Maar soit, wil wel proberen. Eerste poging mislukt. De kreeft blijft zitten en ziet er redelijk groot uit zou onder water. ik herlaad en mik wat preciezer deze keer. En… WAK! Ik heb hem!!! Trots toon ik mijn buit aan Kjel. We zwemmen naar de ingang en laden de prooi in de kajak. Wat een trofee! Helaas ziet het beestje er boven water een stuk kleiner uit en voel ik spijt voor de knaloranje eitjes die tegen de staart geplakt zitten. Daar gaat de volgende generatie kreeften op Fatu Hiva! Gelukkig ontmoeten we ’s avonds een local die ons verzekerd dat er “des milles et des milles” kreeften in de baai zitten. Je moet ze gewoon weten te vinden en op het juiste uur gaan zoeken.

Dag 31/8

Onze gasvoorraad is op en we worden uitgenodigd door David voor een local meal. Het kieken ligt al enkele uren te garen in een pot boven het kampvuur. We kijken toe wanneer David en Popo verse kokosmelk maken. Popo huppelt vrolijk rond en vertelt geanimeerde verhalen met veel gestes terwijl hij de ene wijnfles na de andere opentrekt en zich te pletter drinkt. De twee vertellen de andere versie van het kannibalenverhaal van de Duitser die volgens de media opgegeten werd door Marquesiens. Eerst probeerde hij zijn truuk uit op een jonge gast van Fatu Hiva. Dat mislukte en hij vertrok naar Hiva Oa. Daar gaf hij opnieuw drugs aan een local die een beetje als een homo rondloopt maar een stoere jager is. Hij probeerde de verdoofde local te verkrachten. Wat hij niet wist was dat hij zich op heilig domein bevond. De voorvaderen van het slachtoffer schoten ter hulp, kropen in zijn lichaam en gaven hem de kracht om zich te verdedigen. De kerel werd wakker, greep een jachtgeweer, schoot zijn molestor in de arm en gooide hem daarna als een bezetene in het vuur. De vrouw van de Duitser wist te ontsnappen, loog in de rechtbank over de ware toedracht van de zaak en belandde achter de tralies, net zoals de local.

Dag 1/9

Boot maintenance …

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s