Het grote avontuur van twee kleine sloddervissen

Nuku Hiva

Vandaag sluiten we ons bezoek aan de Marquesas af met een laatste misselijkmakende tocht naar Daniel’s Bay. Daniel koestert grote verwachtingen voor “zijn” baai maar wordt een beetje teleurgesteld. Van de 300 en zoveel meter hoge waterval kan je slechts een fragmentje zien. Soit. We roeien aan land en checken eens rond. Lijkt op een verlaten weekendverblijf of zo. Plots horen we geroffel en staan we oog in oog met vier rundskoppen. Twee kleintjes, dus de papa’s duwen hun schouders hoog op en priemen hun hoorns denkbeeldig in onze navel. Niemand twijfelt en iedereen draait zich om en sprint recht naar de zee. Brecht heeft weer chance en springt in plaats van op zacht zand recht op een muur van koralen. “Koralen” klinkt erg exotisch, paradijselijk en beschermd, maar het is fucking hard als rots en ik voel mijn hiel breken. Ik proef bloed in mijn mond en het duizelt om mij heen (beetje overdreven – maar sterretjes zag ik wel). Met trage, voorzichtige stapjes huppel ik terug het strand op want de koebeesten zijn alweer verdwenen tussen de palmbomen. De jongens ruiken geen vuiltje aan de lucht en gaan verder op verkenning, maar voor mij is het precies gepasseerd. Van pijn kan je rustig worden als op geen enkele andere manier.

’s Avonds roeien Kjel en ik terug naar het strandje en gooien een kampvuur in gang. We vangen krabben (Kjel priemt ze met een mes bovenop elkaar, ik knal ze lam met een steen, werkt allebei, de mijnen zien er alleen wat vorter uit met hun gebroken schedels). We bakken er een visje bij en smullen alles naar binnen. Als we proberen te maffen kan ik de slaap niet vatten. De plezante dingen leiden de geest af van lichamelijke pijn. Zo onder de blote hemel met niets meer te doen en mijn lief naast mij die zorgeloos in slaap aan het vallen is word ik mij bewust van een kloppend hart in mijn hiel. Ik wil niet flauw doen maar het is gewoon niet te harden. In het donker hoor ik krabben voorbij ritselen en zie ik soms kleine lichtjes opflitsen tegen de heuvel naast mij. Het begint te regenen. Ik focus op mijn slaapzakrits maar het mag niet baten. De zwelling neemt toe en mijn hiel barst uit zijn voegen. Ik weet op den duur niet meer waar ik moet kruipen van de pijn. Ik por Kjel wakker, we kramen de boel op, springen in de dinghy en roeien terug in het donker. Ik kap mijn kop vol pijnstillers en val als een blok in slaap. Wat een pracht van een romantische nacht helemaal verkakt!

De volgende dag roeien we door een mysterieus erg ondiep en verlaten riviertje naar “het dorpje” van vier mensen. De grond zit vol krabbengaten. Het moet hier dus regelmatig overstromen. Als een echte held draagt Kjel mij rond als een echt varken. We ontmoeten een jong grappig en enthousiast Polynesisch koppel dat ons volstouwt met fruit (kokosnoten, bananen, breadfruit, guava, marancuja, citroenen, papaya, mandarijnen en pompelmoezen). Ze vertellen dat zij een 50tal soorten bananen kennen! Bij ons is een banaan een banaan.

We vertrekken in het donker met een dikke faar die de rotswanden rond de ingang van de baai moet verlichten. Beetje gevaarlijk maar Captain Jack Daniels heeft alles onder controle. We gaan drie dagen zeilen tegemoet met de wind in de rug. Zo hebben we het graag! Niet zeeziek! Feest!

Ondertussen drink ik sloten zelfgemaakte gemberlimonade: water, gemalen gember (helpt tegen zeeziekte) beetje citroen en suiker of honing. Volgens mij werkt het want ik voel me kiplekker. Op naar de Tuamoto’s!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s