Het grote avontuur van twee kleine sloddervissen

Blijde aankomst

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Na drie weken zeilen vanuit Bora Bora belanden we in de quarantaine van Opua, de eerste haven in Nieuw Zeeland als je vanuit het noorden arriveert. Daar moeten we blijven tot de douane ons en de boot heeft geïnspecteerd. Dankzij de circulerende indianenverhalen dachten we dat we alles wat niet industrieel verpakt was moesten weggooien: alle bio-dingen van Claire, algen, essentiële oliën, bonen, granen, scheutjes, rijst … maar uiteindelijk valt het allemaal best mee. Naast enkele voor de hand liggende dingen moeten we 2 liter dierbare honing wegkieperen. Hoewel het pijn doet verstaan we zeer goed dat de Nieuw Zeelanders hun bijtjes beschermen tegen virussen uit andere continenten. Wereldwijd wordt hun Manuka honing als medicijn beschouwd. Dat willen ze niet verliezen.

Voor het afscheid ontstaat er een ruilhandeltje op de boot. wetsuit voor Claire, slacklines en musketons voor Yves, mijn hangmat voor Daniel. Die kan er in de Filipijnen meer mee doen dan ons. Kjel krijgt de oude eighties jeansjas van Daniel en ik een dikke regenjas, een paar roze sokken en een oude gsm. Na een zwakke vorm van verzet tegen dit onding ben ik toch geplooid. Fin, nog vanalles, te veel om op te noemen. Uiteindelijk hebben we nog steeds veel te veel spullen.

Kiwi-koude

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Na de quarantaine plakken we nog enkele dagen aan de kade om de boot te poetsen (dringend nodig, vuile patés die we zijn). Elke avond proberen we op internet ons duikgerief te verkopen op TradeMe (de Ebay van Nieuw Zeeland). Als we willen rondtrekken zijn dat de eerste kilo’s die we kwijt willen. Het is hier echt pokkekoud in vergelijking met al die tropische eilanden. Aangezien de marina stukken van mensen kost verplaatsen we de boot en liggen we momenteel voor (gratis) anker. Vandaaruit peddelen Kjel en ik elke dag aan land in onze gele, half platte (dankzij een bijtgrage zeeleeuw uit Galapagos) dinghy. ’s Avonds krijgen we meestal een lift van lieve mensen (met een motor op hun dinghy) die het niet over hun hart krijgen om twee half verkleumde Belgen aan de kant te laten staan. Want ja, de zomer moet nog beginnen, zeggen ze. Wij hopen alvast dat we daar niet meer te lang op moeten wachten.

Liften gaat redelijk vlot in Nieuw Zeeland hoewel de bevolking bang gemaakt wordt door bloederige verhalen (zoals overal). Zo belanden we in Paihia waar het stikt van de toeristen, backpackers en Duitse leerlingen op schoolreis. Alles is kraaknet: afgereden hellende gazonnetjes die idyllisch door het dorp lopen, fijn getrimde tuintjes alom, vlekkeloze huizen en toiletten waar je van de grond kunt eten. Op straat rijden voorzichtige auto’s aan een traag tempo. Het krioelt van de stationwagens en pick-ups. Auto’s en vans worden hier oneindig doorverkocht dus het is gedaan met de processie spiksplinternieuwe fancy 4×4’s uit Polynesië. Kjel en ik kruipen wel graag vanachter in de berg rommel van onze chauffeurs. Zo voelen we ons niet de enige vuile zwervers.

Kiwi-cava

Kjel en ik bezoeken de drie highlights van Paihia: de post, gratis internet naast de bib en de Countdown supermarkt. Hét hoogtepunt van de dag: de Nieuw Zeelandse cava van 10 dollar (6 euro) per stuk. We kraken de ene fles na de andere op het strand en bouwen een feestje met een kilo echte kaas (eindelijk!), een halve kilo pindanoten (eindelijk!) tot het begint te regenen (eindelijk!).

DSC02562 DSC02561 DSC02560

We verhuizen naar de openbare toiletten (waar je van de grond kunt eten) en tetteren tot de securityman ons eruit jaagt. Als buitenlanders geraak je daar mee weg maar als Nieuw Zeelander moet je dat blijkbaar niet proberen. Buiten is het pikkedonker, pokkekoud en het regent pijpenstelen dus we vrezen voor onze lift.

Maori gastvrijheid en activisme

Maar de eerste auto stopt en pikt ons op. Het is een supercoole madam. Ze heet Ngahuia en ze is de dochter van de beroemdste Maori van Nieuw Zeeland. Hone Harawira. Cool! Hij engageerde duizenden Maori’s tot een grote mars van noord naar zuid, richtte de eerste Maori partij op, scheurde zich af en richtte een tweede partij op toen de eerste haar principes verloochende en doet geregeld straffe uitspraken waarmee hij de media haalt. Maar Ngahuia loopt er niet teveel mee te koop en schaamt zich van tijd tot tijd. Als advocate specialiseert ze zich in dossiers van Maori’s die honderdzeventig jaar na de verkeerd vertaalde Waitangi treaty met de Engelsen nog steeds proberen om hun land terug te claimen. Ze biedt ons meteen een woonplaats aan. Twee zelfs. Een ruimte boven haar kantoor in Kerikeri en een vakantiehuisje van een voormalig motel. Enkele dagen later verhuizen we onze hele bazaar naar het bungalowtje en drinken samen cava en pintjes. Samen met haar neef (Maori’s hebben massa’s neven en nichten tot in de zoveelste graad met wie ze super close zijn). We bezoeken de tante en haar vriendin. Kjel beledigt de familie door verbaasd te uiten dat hij niet wist dat Maori’s dat ook deden – iedereen gaat strike en bloost tot achter zijn oren! Daarna smoefelen we echte fish en chips in Shippeys (een opgewaardeerd schipswrak) en smoren weed bij de tante. ’s Avonds babbelen we tot een kot in de nacht, de pintjes vliegen erdoor, de weed passeert rond de tafel en de twee vertellen ons straffe verhalen uit de (recente) Maori-geschiedenis…

De volgende morgen sneaken we de treaty grounds binnen (kost normaal gezien 25$) en krijgen we een privé-rondleiding. We aanschouwen de flagpole waar Ngahuja’s neven en broers elk jaar proberen om de Maori-vlag op te hangen. Elk jaar wachten de flikken hen op en ontstaat er serieus tumult. Op een keer baande een neef zich een weg tussen de helmen en schermen en kroop helemaal naar boven (een hoogrisico heldendaad). Het Maori-publiek ging door het lint. Het jaar nadien was de verdedigingslijn te strak en kroop hij in een boom ernaast om de vlag nog hoger dan de vlaggenmast uit te hangen. Alweer scoren! Het Bokrijkachtige Maori-dorpje vindt Ngahuja lachwekkend maar op de waka (kano voor 180 krijgers) is ze apetrots. In de namiddag crasht iedereen in zijn nest…

Op de boot maakten Yves en ik een mobiel van kaori-schelpen. Oorspronkelijk was het mijn idee maar Yves de bricoleur neemt het graag uit handen en daar durf ik niet tegenop. Ik hang hem op in Ngahuja’s huis en de eerste nacht dat Kjel en ik eronder sliepen had ik megaveel nachtmerries. De volgende nacht was het voorbij. Misschien zaten er kwade geesten in de schelpen en heb ik (“de dromer”) die er uit laten komen en gerecycleerd of vrijgelaten whatever. Dat is althans Ngahuia’s uitleg. Ik schenk de mobiel aan haar omdat ze er zo weg van is en ons zo gastvrij in huis haalde. Bovendien weet ik niet wat ik verder aan moet vangen met die onheilspellende schelpenkarkassen. Enkele dagen later verhuizen we naar het appartement boven Ngahuia’s kantoor. Daar help ik haar met haar administratieve werk. Kjel fixt haar toilet, keukenkast en smeert bokes met confituur als ze tot een koet in de nacht werkt omdat ze de hele dag op facebook en youtube heeft zitten prutsen. Ondertussen zoeken we een nieuwe woonplaats want er zijn duidelijk grenzen aan de Maori-gastvrijheid en daar willen we respect voor tonen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s