Het grote avontuur van twee kleine sloddervissen

Warawara Forest

Aangezien we graag in een Kauriwoud wilden slapen moesten we op zoek naar een minder toeristische plek dan Waipoua of Trounson Kauri Park. Kjel zocht de website van DOC (Department of Conservation) uit en hem kennende koos hij de minst toeristische van allemaal. Warawara Forest. Niemand had er ooit van gehoord. Een tweedaagse wandeling door een oerbos, met overgroeide paden, geweldige views en …. Kauribomen. Ergens in the middle of nowhere in the Wild West. We gaan ervoor…

Vrijdagnamiddag, na het werk, zijn we allebei KO, maar van thuis te zitten voel je je echt niet beter, dus we schieten in actie. We beginnen te liften rond 16u. Veel te laat, maar bon. We proberen om zo ver mogelijk te geraken. Het liften zit mee.

DSC03611

Rond 19u pikt een felle Maorivrouw ons op. Ze rijdt onderuitgezakt, met een saf in de ene hand en een fancy flesje tieneralcohol in de andere. Ze racet over een kronkelende weg doorheen heuvels en velden. Zo ver als je maar kan kijken. Niks of niemand te bespeuren. De beschaving huist enkel in het asfalt. Ze slaat zonder pardon af naar haar eigen straat. No way, zegt ze, dat we nog een lift zouden krijgen in onze richting. We moeten bij haar slapen. Dat staat vast. Haar “mate” (“vent”) is ne goeie. Ze voert ons de oprit op. Daar staat een pick-up met een vijftal stoere jachthonden en daarnaast de trofee van de dag: twee zwijnen, ondersteboven opgehangen aan hun pootjes. De twee jagers drinken Steinlagers aan een picknicktafel in de avondzon, zich ogenschijnlijk niet bewust van het machtige uitzicht rond zich. De aanvankelijk afstandelijke en achterdochtige blikken smelten al gauw in brede grijnzen met halve en ontbrekende tanden. Warme harten alom. De mannen vertellen hoe ze de zwijnen vangen. De speurneuzen zoeken het zwijn. Zij volgen op de gps. Als de honden kringetjes beginnen te draaien dan hebben ze er een te pakken. De jager doodt het zwijn met een mes in de keel en laat het leegbloeden. De twee mannen hangen met hun ellebogen op de dikke tafel, flesjes losjes in hun dikke handen. De honden zien er minstens even stoer uit en lijken op een gang die na een geslaagde overwinning nog even na ligt te chillen op de pick-up.  Onze ogen vallen dicht dus na ons pintje slaan we ons tentje op in de tuin.

DSC03613

De volgende ochtend liften we tot Pawarenga, een godvergeten en verlaten gehucht ergens aan moerassig mangrovenland dat regelmatig overstroomt. Het jeugdteam van de rugbyspelers staat bekend als de Power Rangers en de volwassenen kortweg als een ruig volkske. Maar elke chauffeur die passeert remt af, draait zijn raam naar beneden en vraagt waar we wel naartoe gaan. Ze zijn vereerd als ze horen dat we in “hun” woud gaan wandelen en verzekeren ons dat het lastig is en dat we maar bij hun thuis moeten gaan slapen als we het niet meer zien zitten. We beginnen aan een klim en eindigen aan een grote krater met een diepe afgrond waar zelfs Kjel van onder de indruk is. Beboste heuvels zo ver als je maar kan kijken. We wandelen de hele dag op de heuvelkam en de laatste twee uur spotten we overal om ons heen de ene Kauriboom na de andere. We vullen onze waterflessen aan riviertjes. Onze benen liggen open door het overhangende gras dat snijdt als papier. Kleine fijne sneetjes die branden als een vulkaankrater. Uiteindelijk bereiken we een hut waar in de jaren 40 gomtappers sliepen. Dit stuk oorspronkelijk woud bleef onaangetast door houthakkers omdat het terrein zo ontoegankelijk was. In plaats daarvan tapten ze dus hars af van de Kauribomen. Overal spotten we de wonden op de stammen en de verharde hars die als bloed naar beneden droop. Ondenkbaar dat ze deze reuzen gewoon met rust zouden laten!

warawara hut

Maori’s gebruikten kaurigom al als kauwgom. Daarnaast mixten ze de gom met dierlijk vet tot een donker pigment voor tatoeages. Aangezien gom
zeer ontvlambaar is konden ze het ook gebruiken om vuur aan te steken of als fakkel. Van versteende gom maakten ze juwelen en andere decoratieve items. De blanken gebruikten kaurigom in vernis die naar het Verenigd Koninkrijk, Amerika en Australië werd geëxporteerd.

De gomtappershut zit vol met gaten dus we slaan onze tent op. We wachten tot het donker is en gaan dan met een rode koplamp op vredelievende Kiwi-jacht. Wit licht zou hen afschrikken, maar rood licht kunnen ze niet zien. Maar er valt niets te bespeuren. Geen geluid. Geen geritsel. Heel even denken we dat we een possum horen die uit een boom springt, maar zeker zijn we er niet van. We wandelen tot aan een Kauriboom waar de maan door het bladerdak schijnt. Het is muisstil. We zitten aan de voet van de boom en we zijn waar we al die tijd wilden zijn.

DSC03618

De volgende morgen stappen we serieus door en binnen de kortste keren kijken we neer op Mitimiti. Een ruig strand strekt zich uit in beide richtingen. Een dichte mist hangt over de heuvels en tussen de weinige huizen.

DSC03628

Aan het strand ontsmet ik mijn pijnlijke schrammen in de zee en plukken we dikke mosselen van de rotsen.

DSC03630

Met een zware zak vol mosselkanjers beginnen we te wandelen. Veel valt hier niet te liften want er is GEEN KAT. Het begint te regenen. Wat een triestige bedoening! Naar het schijnt woont hier veel ruig volk. Dus wanneer er even later een auto stopt met drie ruige kerels stappen we in met een adrenalinekick. De voorruit hangt in frieten aaneen maar het lijkt de chauffeur verre van te storen. Achterin de pick-up trilt een bende schiemselige schurfterige honden met kleine oogjes die niets voorstelt in vergelijking met de gang van de vorige avond. De mannen komen van een pig hunting partijtje in “Marihuana Forest”. Ze zien er ruig uit maar het zijn goeie gasten. Ze droppen ons voor de marae (ontmoetingshuis voor Maori’s) waar we door een maori uitgenodigd worden voor het gezamenlijke middagmaal. Maar wij moeten verder. De volgende ochtend moeten we allebei werken en we hebben nog een lange weg te gaan. Spijtig. Altijd en overal tijd te kort. Dankzij mijn wanhopige blik krijgen we een liftje van een achterdochtige madam. Ze ontdooit en op de ferry naar de overkant van de Hokiangi Baai fixt ze een liftje voor ons met haar neefje die ons uit zichzelf nooit zou meenemen. Het was de eerste keer in zijn leven dat hij lifters meenam en hij hoopte ook dat het de laatste keer zou zijn. Toch voelde hij zich vereerd omdat we hem wijsmaakten dat hij nooit nog lifters zou tegenkomen die zo professioneel zouden zijn als ons. Als we uitstappen zegt Kjel heel vrolijk de standaard afscheidsuitdrukking See you later! En hij antwoordt met een brede grijns: I hope not!

DSC03640

Na hem brengt een kerkelijke man ons helemaal tot aan de voordeur en we geven hem een maaltijd mosselen om hem te bedanken (ook als lichte compensatie voor de stinkboel in zijn auto). Wij eten vol nostalgie onze zelfgeplukte mosselen met zelfgemaakte frietjes en schenken de rest van de zak aan de buurvrouw die er mosselburgers van maakt. Kjel vult er de laatste maaggaatjes mee terwijl ik al uitgeteld in mijn slaapzak lig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s