Het grote avontuur van twee kleine sloddervissen

Santal & Neetje

Anderhalf jaar geleden sprong ik op een vliegtuig naar de Caraïben. Het plan: een reis van een maand of drie. Daarna zou ik Kjel laten avonturieren en terugkeren naar mijn bezigheden. Mijn huisgenootjes in Gent verzekerden mij dat daar niets van in huis zou komen. Zij geloofden dat het ons zo zou bevallen dat we zouden blijven plakken… Anderhalf jaar later plak ik inderdaad nog steeds aan het buitenland. De manier van leven als pikeypisces bevalt ons inderdaad veel te hard en werd ondertussen een way of life. Gelukkig ligt België dankzij Skype niet meer op een andere planeet. Maar toch …

DSC03739

Exact een jaar na mijn vertrek uit ons Belgenlandje kregen we EINDELIJK bezoek. Hoog bezoek. Van twee slimmeriken die begrepen dat hun pikeys nog niet uitgereisd en nog lang niet thuis waren. Santal en Neetje landden in Auckland en vielen achterover met de bescheiden verrassing: pikey-ontvangst aan de luchthaven! Uiteraard niet met bloemen, kado’s of andere materiële bucht maar met onze gebruinde huid, geblondeerde haar en versleten kleren. En plezant dat ze dat vonden!

 DSC03723

Ik moest wel mijn bril opzetten om hen te herkennen want mijn ogen zijn door de wind, de zee en het zout (of de werkloosheid?) serieus achteruit gegaan. We stonden al drie uur geconcentreerd naar de elektrische schuifdeuren te turen toen we ineens hun verzilverde kopkes zagen verschijnen. Wat een BIG SMILES!!!! Wat een weerzien! We bleven elkaar maar omhelzen terwijl we de hele doorgang blokkeerden en dingen uitriepen die door de hele luchthaven weergalmden. Ze zagen er nog altijd knak hetzelfde uit en ondanks onze metamorfose hadden zij ons toch herkend.

We kropen samen in een shuttle en babbelden tot aan hun hotel. Bij intrede bleek dat er maar liefst twee dubbele bedden klaar stonden. In een twee drie goot de manager de deal in kannen en kruiken: de pikeys mochten voor niets blijven overnachten. Daarop goten wij de wijn in glazen en coupkes. We klonken op een toch wel verrassend en blij weerzien en op het geluk dat altijd met ons meereist! Op de achtergrond prijkt een uitzicht over Auckland. Een heuse betonnen shock na de groene, lege, uitgestrekte en lawaailoze Bay of Islands.

Kjel had nochtans een excentrieke slaapplaats versierd in Auckland: een betonnen boot die op het droge ergens op een schiemselige bootwerf stond te schimmelen. Het was een interessante community met enkele oude retrobussen, krakkemikkige caravans, verroeste boten en andere bric-a-bracwoonplaatsen, langharige mensen en loslopende honden. Het enige nadeel: ver van de stad. Na de eerste nacht op de werf en de aanblik op het luxueuze appartement in Auckland City ontvingen we de uitnodiging zonder tegenspartelen.

We vlogen er meteen in en maakten een boottrip naar het vulkanische eilandje Rangitoto voor de kust van Auckland (nog maar 600 jaar geleden ontstaan). Daar kropen we met Neetje in een grot. Dankzij het warme klimaat had hij precies geen last van zijn rug en verbaasde hij mij door op zijn handen en voeten tot diep in de tunnel te kruipen. Daarna keerde hij als een echte gentleman terug naar Santal en exploreerden Kjel en ik de twee andere, grotere lavatunnels waar je helemaal doorheen kunt lopen.

Pal in het hart van Auckland prijkt de vulkaan Mount Eden die we makkelijk konden beklimmen. Uiteraard is hij al lang uitgeblust. Als je van daar om je heen kijkt kan je maar liefst 50 vulkanen spotten. Slapend uiteraard. Maar toch.

En dat alles terwijl S&N van hun jetlag moesten bekomen…

DSC03750

DSC03755

Samen planden we vervolgens de roadtrip door NZ. De laatste ochtend haalden we het mini-autootje op (het leek blijkbaar groter op foto ofwel heb ik mijn pikeygehalte via de genen meegekregen). Een Toyota Corola. Groot genoeg voor een koppel en een schoendoos. We forkten twee grote ondeukbare valiezen, twee uitpuilende rugzakken, vijf volgestoempte dagrugzakken en vijf zakken vol met eten in de minikoffer en overal waar het paste. Daarna plooiden we onszelf dubbel, kropen allevier in het boksottoke en waagden ons de weg op…

Normaal gezien doet een mens er drie uur over om vanuit Auckland in Kerikeri te geraken. Er loopt maar een weg helemaal naar het noorden van North Island en het is een stevige. Maar met onze nieuwelingen aan het stuur is dat niet zo evident. Links rijden in plaats van rechts? Natuurlijk niet te veel aan de linkerkant of je belandt in de goot of tegen geparkeerde auto’s,… Fin, veel gevloek en genoeg paniek. Ongeveer een dikke zeven uur (!!) later arriveren we toch op de bestemming. Ondanks alles, toch een easy lift voor ons.

We introduceren de oudjes in het pikeybestaan en zetten onze tent op naast hun bungalow (weliswaar na enig overleg met de eigenaar), pakken onze eigen fles wijn mee op restaurant (BYO – Bring Your Own – is zeer normaal in NZ) en eten heel erg lekkere Thais geinspireerde keuken in Wharepuke (daar keek ik al drie maanden naar uit!).

DSC03798

De volgende morgen laten we S&N al in de steek aangezien Kjel en ik The Bay of Islands al van binnen en van buiten gezien hebben. Voor onze laatste weken op het Noordeiland willen we graag nog naar Tongariro. De weg terug naar Auckland doen we deze keer in een uurtje of twee omdat we weer chance hebben en een speedcar ons oppikt. We moeten passeren langs Auckland want Kjelleke had weer iets vergeten. Zijn gsm lag nog in de onthaalzetel van ons luxueuze hotel. Maar hij heeft chance. De staff heeft ervoor gezorgd. Na mijn “tsss” ontdek ik dat ikzelf mijn matje in de auto vergeten ben. Was nog een kado van mijn allerliefste broer… Tsss, we zijn elkaar weer waard. Verstrooide pisces zijn altijd met twee. We eten dan maar een dikke pita om onze zorgen te vergeten…

Na een volle dag liften stranden we rond middernacht in Taupo op een fancy camping met loslopende zwijnen en kiekens. ’s Morgens vallen we achterover van de prijs en regelen een pikeydeal. In ruil voor de overnachting (ons tentje is sowieso maar een scheet groot en gebruikt geen enkele faciliteit) mogen we tuinafval opruimen en … je raadt het nooit … moet Kjel helpen om een lama te scheren. Het beest bleit en piest en kotst op zichzelf van de schrik maar het resultaat is geniaal.

DSC03800

Maar onze bestemming ligt verder: Tongariro. Daar willen we een vulkaan beklimmen die beter bekend staat als Mount Doom (uit Lord of the Rings). Onze eerste illegale sleepover vindt plaats aan zijn voeten. We moesten daar wel maffen want we begonnen weer wegens onvoorstelbare redenen te laat aan de wandeling. Maar de beloning mocht er zijn: een prachtige, onbetaalbare en onvergetelijke zonsondergang.

DSC03811

DSC03861

Die avond geloofden we allebei eigenlijk niet dat we effectief op deze vulkaan zouden kruipen. Zo onheilspellend en gevaarlijk dat hij daar tegen die dorre en barre achtergron naar de hemel grijnsde. Maar soms moet je eens uit je comfortzone komen. De weg naar boven oversteeg inderdaad mijn verwachtingen. Verdomd steil, verdomd hoog, verdomd lastig en verdomd gevaarlijk met al die losliggende rotsen en steengruis. Het lavagesteente was immers vers van de pers. Kjel wandelt naast mij naar boven alsof hij de trap naar zijn slaapkamer beklimt. Stoer hoor. En mijn hart maar bonken. Eenmaal boven kom ik mijn paniekaanvallen na enkele momenten te boven. Het uitzicht is fenomenaal en doet je alle angst vergeten. De krater is kortweg supercool en het idee dat je op Mount Doom gestaan hebt kunnen ze je nooit meer afpakken.

DSC03853

DSC03843

De weg naar beneden was voor mij nog het coolst van al. Aangezien er geen enkele pak is aan rotsen of om het even wat en je geen andere keuze hebt dan je over te geven aan het lavagruis, moet je als een snowboarder van de helling afglijden (langs de witte route die je vaag op onderstaande foto kan herkennen). Wat je in het stijgen 2 uur aan bloed zweet en tranen hebt afgelegd, glij je in 20 minuten terug naar beneden. Ik had van aan de voet al anderen als opgefokte zotten naar beneden zien stuiven en kon mij echt niet inbeelden dat ik ooit zo geschift zou zijn om dat te doen laat staan ervan te genieten als een even grote zot.

DSC03823

DSC03864

Fin, we hebben het overleefd. De rest van de wandeling verloopt stukken sneller en geruster aangezien we nog stomen van de adrenaline. We passeren de Devil’s Mouth, zien de actieve vulkaan Tongariro stomen in de verte en slaan ons tentje op aan de Emerald Lakes, turkoise meertjes met hoog paradijsgehalte en nog sterkere rotte eieren (zwavel) geur. Het enige probleem: we vertoeven in “the flying rock zone”, de straal rond de stomende vulkaan waar er potentieel gevaar is voor rondvliegende rotsen. Maar dit is te mooi om te laten schieten. We trekken onze kleren uit (er is toch geen kat meer te bespeuren op dit uur) en onze stoute schoenen aan en baden in de Emerald Lakes.

DSC03869

DSC03867

Er hangt opnieuw een onheilspellende, magische en onbekende sfeer in de lucht. Vlak voor het donker, doemt er plots boven op de steile lange helling een gedaante op. Wie kan dat in godsnaam zijn? Controle in the flying rock zone? Als een klungel waggelt de gedaante naar beneden en blijft stomverbaasd aan onze tent staan. “Very bold, camping in the flying rock zone!” Een jonge Duitser vertelt trots dat hij pas om 14u vertrok en nu nog tot de hut gaat wandelen. Hij is de allerlaatste passant en wij vallen met een brede glimlach in slaap.

DSC03872

Midden in de nacht rond een uur of drie worden we opgeschrikt door krachtige rukwinden. Om vijf uur is het niet meer te houden. De wind rukt een tentpiket uit en wij worden genoodzaakt om op te krassen. Binnen in de tent voelt het nog redelijk warm aan dus ik kan Kjel moeilijk geloven als hij buiten aan het wroeten is en naar binnen roept dat het pokkekoud is. Als ik eindelijk klaar ben en mijn kop buitensteek, striemt een ware Alpine wind recht in mijn gezicht! Door de regen, mist en strakke stormwind marcheren we naar de dichtsbijzijnde hut. We steken daarvoor een terrein over waarvan ik me levendig kan voorstellen dat er nog dinosaurussen rondgedaverd hebben. In de hut treffen we onze Duitse vriend van de vorige avond aan. Zijn naam is Michael en hij is niet van plan om door de regen te gaan. We overtuigen hem en hij wordt samen met ons naar de ingang van het Tongariro National Park gespoeld. Zeiknat tot op onze onderbroek.

DSC03878

Godzijdank hebben we bereik in dit hol van Pluto en Santal is zo lief om ons onmiddellijk opnieuw een overnachting aan te bieden. Blijkbaar kregen ze in Rotorua een heel huis ipv een kamer en verzekerde de lieve vrouw dat S&N de hele familie mochten uitnodigingen. Ze had er natuurlijk niet op gerekend dat pikeys daar altijd oor naar hebben. Twee uur later staan we dan ook aan haar deur. Chance, want zonder haar droogkas waren we waarschijnlijk nog altijd zeiknat.

DSC03939

Rotorua is een toeristisch paradijs. Niets voor pikeys. Maar met S&N als guides was zelfs Kjel blij om naar de brubbelende modderpoeltjes, sulfurbadjes, drakenmuilen, hellegaten en artificieel aangestoken geisers te gaan kijken.

DSC03885

De stad Rotorua ligt op een megagrote vulkanische mond die slaapt maar net niet diep genoeg om zijn thermische uitspattingen binnen te houden. Overal stinkt het er naar rotte eieren, overal zie je rookpluimpjes omhoogcirkelen en overal vind je plakaatjes om naar kweetnietwatvoor luxe spa’s te gaan. Het was de moeite. Schilderachtige kleuren, mysterieuze activiteiten en onze enige regendag in drie weken tijd.

DSC03961

DSC03927  DSC03966

DSC03969

Tijdens onze afwezigheid leerden S&N de Nieuw Zeelandse wegen beter kennen en tegen dat we ze opnieuw vergezellen hebben ze de snelheid en linkse mentaliteit bijna onder de knie. Maar het is toch dat nog niet. Advies geven helpt niet en veroorzaakt enkel spanning. De enige die eigenlijk echt doordringt tot S als zelfzekere chauffeur is een flik die haar naar de kant stuurt om te melden dat ze een gevaar op de weg is. OEI! Reed ik te snel meneer? NEE! TE TRAAG MADAM!!!

DSC04090

DSC03978

Na een dagje windy Wellington (niets gemerkt van de wind, wel van de creatieve, artistieke en gastronomische stad) steken we het kanaal over met de fancy Interislander. Het pittoreske Picton staat bekend als het stadje waar de ferry tussen het Noord- en Zuideiland aanmeert maar lijkt toch verre van op Calais. De groene heuvels reiken hoger dan ordinaire heuvels en strekken zich als een beschermende omhelzing uit rond het vredevolle stadje. Hier zie je geen appartementen of industriële gebouwen. Enkel kleine bescheiden huisjes. De reputatie van “gateway to the South Island” is ten onrechte.

Kjel en ik logeren in Juggler’s Rest, een jeugdherberg voor acrobaten en andere creatievelingen – echt iets voor Kjel dacht ik. S&N krijgen spijt van hun keuze voor een stel bejaarden met een B&B dus ze slaan hun tent op bij ons tot diep in de nacht. We drinken wijn en eten chips aan de kerk, barbequen buiten in de tuin van Juggler’s Rest, krijgen een vuurshow en diabolodemonstratie van Kjel & co, worden een beetje dronken op de bank en crashen dan in slaap.

DSC03992

Het laatste wat ik mij ervan herinner is een gesprek tussen Neetje en een Japanner. De Japanner zat al de hele dag en avond op dezelfde zitzak in dezelfde houding met een brede glimlach. Naast hem zat zijn liefje op dezelfde manier. Op een of andere manier raakte Neetje met hem aan de klap. Het bleek een hippie te zijn. ‘We are all one on planet ass. (Hij doelde op planet Earth) You are me and I am you. Neetje: AH JA? DO YOU REALLY BELIEVE THAT? I DON’T THINK SO! En zijn dochter staat naast hem te grinniken. Neetje en hippies. Hij is zelf een verjaarde hippie of was er althans een toen hij hier “in ’76” verzeild raakte. Maar nu heeft hij natuurlijk de jaren van verstand bereikt.

DSC04007

De volgende dag rijden we naar Nelson voor de Saturday Market. Nooit gedacht dat wij ons hier drie maanden later zouden settelen voor de winter. Daarna Motueka voor een wandeling in Abel Tasman National Park. Onze watertaxi passeert Split Apple Bay, waar een rots in de vorm van een appel netjes in twee gespleten is. Dan worden we in Bark Bay gedropt waar onze wandeling van 22km langs de Abel Tasman Coastwalk begint. We waden op blote voeten door de lagunes waar Kjel mosselen gaat zoeken. Af en toe moeten we Santal een duwtje in de rug geven (enkel als het bergop ging).

DSC04020

DSC04031

Let op Kjels schoeisel: hij heeft het minstens 15km volgehouden…

DSC04053

Rotoiti – Nelson Lakes

Daarna volgt een scenic drive langs de ruige Westcoast waar de wind en de zee woest tekeer gaan en wij onze ogen uit onze kop kijken. Prachtig ruig en mysterieus gebied. The Pancakerocks zijn magnifiek, de blowholes weinig spectaculair want het is laagtij. Hier moeten we nog eens terugkomen.

DSC04074

DSC04077

DSC04083  DSC04104

DSC04105

DSC04111

DSC04119

DSC04127

De volgende dagen bezoeken we Fox Glacier en Franz Josef Glacier. Hierover zal ik nooit Santals memorabele woorden vergeten: “dat stelt toch niks voor? Zo klein en zo vuil? In Oostenrijk heb ik VEEL grotere gletsjers gezien hoor. Sneeuwwit. En ik ben daar OP geweest he. Ik deed bijna in mijn broek van de schrik.”

DSC04141

DSC04144

Daarna zakken we helemaal af naar Wanaka, waar we extreem toevallig op Valentijn in een Love Shack slapen.

DSC04195

DSC04202

Na een veel te kort bezoek aan Wanaka (hier zijn we nadien meer dan genoeg naar teruggekeerd) zakken we door naar  Te Anau, waar we overnachten in een deer farm, een Glowworm cave bezoeken, een cruise maken in Milford Sounds en Doubtful Sounds (Fjordenland), zeehondjes spotten en onze laatste avond samen doorbrengen met veel wijn, lekkere pizza van Kjel en een Red Sky Night.

_91

_87

DSC04350

DSC04300

DSC04346 DSC04296

DSC04298

DSC04301  DSC04354  DSC04353

DSC04289

DSC04341

 DSC04368

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s