Het grote avontuur van twee kleine sloddervissen

Panamakanaal

Het Panamakanaal doorsteken is een echte ervaring. ’s Avonds rond een uur of vijf vertrekken we. Peter, de smalle Hollander met de lange blonde haren en Ian, een taxichauffeur uit London vergezellen ons als handliners (helpers). We hangen met drie zeilboten aan elkaar vast om de transit makkelijker en veiliger te maken. De grote zware poorten van de locks sluiten traag, de sluizen vullen zichzelf razendsnel met water, de handliners zijn allemaal om ter alertst en monkeyfists zwieren door de lucht (touwen met een dikke knoop die de handliners van op de kant naar de boten gooien). Nadien worden de drie zeilboten weer losgemaakt uit hun kameraadschappelijke omhelzing. De boten ankeren in het uitgestrekte Gatun Lake en de nacht valt. De volgende ochtend cruisen we door het Gatun Lake met zijn groene oevers en eilandjes. Ooit was dit een vallei met dorpjes. Iedereen werd op tijd geëvacueerd vooraleer de dam werd opengezet en de boel onder water liep. De laatste locks verlopen gezwinder want iedereen heeft er dan al het volste vertrouwen in dat er weinig kan mislopen. Kjel maakt kilometers film die hij hoopt samen te persen tot een filmpje. Hij klimt ook tot ieders grote verbazing in de mast. Ik probeer liever om de vier mannen aan boord ondertussen zo weinig mogelijk honger te laten lijden. Voor mij persoonlijk vergt dat op zich al de uiterste concentratie. Koeken en chips werken altijd. Een constante aanvoer van koud bier nog beter. Kjel en ik slaan de handen in elkaar voor het middagmaal. We toveren hummus, guacamole en focaccia op de tafel. Wanneer alles achter de rug is monden we uit in de Pacific. De Pacific! De grootste oceaan van de wereld. Bedekt 2/3 van de globe en huisvest slechts 1% van het landoppervlak. Panama City torent angstaanjagend hoog op in de verte. Nooit gedacht dat die stad zoveel wolkenkrabbers zou tellen. Dat is wat anders dan de palmbomen aan de Caraibische kant. Iedereen is uitgelaten. We ankeren vlak tegen de dinghysteiger, smijten de autobanden (ter bescherming tegen de andere zeilboten en de kanaalwanden) op het dok en ankeren vervolgens ergens achteraan in de baai.

De leegte valt zwaar. Kjel kruipt in zijn bed. Daniel en ik drinken onszelf lazarus, schieten met flares door de baai en roepen oplossingen voor de wereldproblematiek naar elkaar (we moesten wel roepen want de industrial muziek stond iets te luid te brullen). Ik waag me zelfs aan een ellenlange mogelijke fenomenale oplossing voor de al decennialang aanslepende problematiek van Daniel en zijn zeurderige vriendin. Kortom, het is een leerrijke avond… Kjel maakt enkele schaamtelijke filmpjes die achteraf het bewijs zullen leveren dat we die nacht wel degelijk wat over de schreef gingen. ’s Morgens zwalp ik met een memorabel zware hangover van onze cabine naar de badkamer en moest het van mij afhangen, ik zou mezelf drie dagen conge voorschrijven. “What shall we do with the drunken sailor” galmt door mijn zware hoofd. Toch vergezel ik Kjel naar het hospitaal. Ik met mijn bonkende migraine en totaal geradbraakte lichaam, hij met zijn oorontsteking. Hij zou mij lappen rond mijn oren willen geven maar het komt er precies niet van. Het is de dokters en het verplegend personeel niet duidelijk wie van ons er het ergst aan toe is. Achteraf gezien kan ik me voorstellen dat het verwarrend moet zijn als de persoon die compleet uitgeteld op het bed ligt te maffen niet de patiënt blijkt te zijn. Gelukkig komt er aan elke dag uiteindelijk een einde. Ook aan klotedagen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s